Vlaams minister Homans stimuleert alternatieve woonvormen

12 januari 2018, over deze onderwerpen: Wonen in eigen streek, Een huis kopen, Huren, Innovatie

Vlaams minister bevoegd voor Wonen Liesbeth Homans geeft groen licht om te experimenteren met alternatieve woonvormen. “Hiermee wil ik innovatie in het Vlaamse woonbeleid aanmoedigen en tegemoetkomen aan de diverse signalen uit de praktijk dat alternatieve woonvormen moeilijk of niet gerealiseerd kunnen worden binnen de huidige regelgeving”, aldus Liesbeth Homans.

Veranderende woonbehoeften
Samenhuizen, tiny houses, Abbeyfieldhuizen, cohousing, kangoeroewonen,… de afgelopen jaren ontstonden er een heleboel nieuwe woonvormen als gevolg van een aantal maatschappelijke trends en evoluties.

Nieuw samengestelde gezinnen hebben nood aan een woning met meerdere slaapkamers maar zijn soms bereid om een aantal faciliteiten, zoals de keuken, eetkamer of de tuin, te delen met anderen. Jonge gezinnen daarentegen gaan vaak op zoek naar een budgetvriendelijker alternatief voor de traditionele woning. Alleenstaanden hebben nood aan een compacte eengezinswoning. Ouderen willen het liefst zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen maar hebben nood aan een gevarieerd aanbod aan alternatieve woningtypes waar ze beroep kunnen doen op hulp- en dienstverlening, wanneer ze zorgafhankelijk worden.

Het is duidelijk dat de bestaande klassieke woonvormen dus niet altijd meer volstaan om tegemoet te komen aan de hedendaagse woonbehoeften -en voorkeuren.

“De laatste jaren winnen deze alternatieve manieren van wonen dan ook aan populariteit. Als minister van Wonen wil ik dergelijke initiatieven dan ook voluit ondersteunen. Helaas blijkt dat deze alternatieve woonvormen soms op allerlei grenzen van de regelgeving botsen. Zo wordt men geconfronteerd met problemen rond vergunningen, belastingen en kan men ook allerlei premies en subsidies mislopen”, aldus minister Homans.

Experimenteren met woonvormen
Om een antwoord te bieden op al deze uitdagingen gaan volgende maand 28 alternatieve woonprojecten van start. Zij krijgen de mogelijkheid om te experimenteren en de ruimte om af te wijken van de bestaande regelgeving inzake Wonen, zoals bijvoorbeeld de oppervlaktenormen of de toezeggingsregels voor sociale woningen. 

Het gaat meestal over zeer sociale projecten, die zich richten naar een specifieke doelgroep zoals ouderen of personen met een fysieke of mentale beperking. In een aantal projecten wordt er ook een samenwerking opgezet tussen sociale huisvestingsmaatschappijen en welzijnsactoren. 

“Alle projecten worden gerealiseerd binnen een termijn van zes jaar en worden tussentijds geëvalueerd zodat de regelgeving snel kan aangepast worden zodat alternatieve woonvormen in de toekomst makkelijker gerealiseerd kunnen worden”, besluit minister Homans.