Veilig verkeer mag geen dode letter blijven

13 november 2017, over deze onderwerpen: Verkeersveiligheid, Wonen en werken in Brussel

“Wordt het nieuwe plan over de zone 30 van Smet en Debaets het zoveelste verkeersveiligheidsplan dat dode letter blijft?” vraagt Cieltje Van Achter, Brussels parlementslid voor de N-VA, zich af. “Brussel kent vele verkeersveiligheidsplannen die gewoonweg niet worden uitgevoerd. Zo voorzag het actieplan verkeersveiligheid uit 2011 reeds dat zones 30 moesten worden ingevoerd in de woonwijken, terwijl de hoofdwegen en belangrijke verkeersassen een hogere snelheid (50 of 70 km/u) behouden. Nu willen Smet en Debaets een algemene zone 30 opleggen, maar of zo’n verplichting iets zal uitmaken blijft de vraag. Zolang de gemeenten bevoegd blijven, zijn de gewestelijke plannen een maat voor niets.”

Voor de N-VA is het primordiaal dat er een duidelijke wegenhiërarchisering gemaakt wordt, waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen de hoofdwegen waar het verkeer vlot moet kunnen rijden en de wijkwegen waar een zone 30 wordt ingevoerd. Het volstaat niet om gewoonweg heel het gewest zone 30 te maken. Net zoals in Antwerpen, moet er gestart worden met de hiërarchisering van de wegen en vervolgens moet er een beleid komen waarbij het voor de weggebruiker duidelijk wordt of hij op een hoofdweg of een wijkweg rijdt. Er moet een gewestelijk plan komen dat een eenduidige en uniforme inrichting van de zones 30 voor alle wijken in het gewest oplegt. Hier wringt natuurlijk het schoentje. Het gewest heeft duidelijk geen armslag om aan de gemeenten op te leggen hoe de zones 30 in te richten. Nochtans is een herkenbare en leesbare inrichting van een zone 30 nodig opdat deze zou worden gerespecteerd door de weggebruikers.

Bovendien roept parlementslid Van Achter minister Smet en staatssecretaris Debaets op de zwarte verkeerspunten in het gewest aan te pakken. De studie die oplossingen beschrijft voor de 30 meest zwarte verkeerspunten in ons gewest (waaronder de Haachtsesteenweg en het Meiserplein), blijft tot op heden onvoldoende uitgevoerd. “Zolang de gemeenten bevoegd blijven, blijft het verkeersveiligheidsbeleid dode letter. Meer gewestelijke beslissingskracht en werk maken van aangepaste infrastructuur, lijken me de snelste wegen om onze straten verkeersveilig te maken”, besluit Van Achter.