Relschoppers mogen plunderen. Burgemeester zegt ‘I know nothing’

13 november 2017, over deze onderwerpen: Veiligheid, Politie, Wonen en werken in Brussel

De N-VA veroordeelt met de grootste stelligheid het onaanvaardbaar geweld van afgelopen weekeinde n.a.v. de kwalificatie van de Marokkaanse nationale ploeg voor het WK voetbal deze zomer en roept op om alle energie te gebruiken om alle aanstokers en plegers van deze gewelddaden op te sporen en streng te straffen. “Wie overgaat tot zulke daden en daarmee inbreuken pleegt op het vredig samenwonen, de orde- en hulpdiensten en persoonlijke bezittingen heeft geen plaats in onze samenleving en moet streng worden gestraft”, aldus Johan Van den Driessche, gemeenteraadslid van de stad Brussel en N-VA-fractievoorzitter in het Brussels Hoofdstedelijk Parlement.

Er moet ook onderzocht worden waar het langs de kant van de ordehandhaving verkeerd is gelopen en of er fouten zijn gemaakt. De politiezone beschikt over professionele en zeer gemotiveerde manschappen en de N-VA dankt hen voor hun inzet. Ook de brandweer willen we bedanken voor hun daadkrachtig en moedig optreden.

In dat verband wordt het ook tijd dat de kritiek vanuit de hulpdiensten over de moeilijke situatie op de centrale lanen om snelle interventies te kunnen uitvoeren eindelijk ernstig wordt genomen. Of moeten er eerst doden vallen? Hetzelfde geldt voor het uitblijven van de fusie van de politiezones. Het is niet toevallig dat voor het eerst vanuit de basis zo duidelijk die fusie wordt gevraagd bij dit soort rellen. Wanneer er één grote politiezone zou bestaan, zou er geen kostbare tijd verloren zijn gegaan om reservekrachten van andere politiezones op te trommelen.

Inzake deze onaanvaardbare rellen verklaart de burgemeester van de stad Brussel en hoofd van die politie dat hij niet betrokken was bij de operaties van die nacht. “Het is voor mij ondenkbaar dat de burgemeester, die hoofd is van de politie, niet zou betrokken zijn bij de operaties gezien de ernst van de omstandigheden (rellen, gewonden, plunderingen, brandstichting enz.) en dit op een paar honderd meter van de Grote Markt en het stadhuis. Ook dat aspect moet tot op het bot worden onderzocht. De veiligheid van de burgers moet immers op de eerste plaats komen”, besluit Johan Van den Driessche.