Opvallende daling pro-Deodossiers

5 januari 2018, over deze onderwerpen: Justitie

Op 1 september 2016 startte de hervormde tweedelijnsbijstand door advocaten (in de volksmond 'pro-Deo'). Bij de hervorming stond Responsabilisering Het verantwoordelijk maken van de deelstaten, zodat ze beloond worden voor goed beleid en gestraft voor slecht beleid. Die responsabilisering was een eis van de N-VA tijdens de regeringsonderhandelingen van 2010-2011 over de herziening van de financieringswet. De N-VA wil onder meer een belangrijke fiscale autonomie voor de deelstaten en eigen verantwoordelijkheid over onder meer arbeidsmarktbeleid, gezondheidszorg en kinderbijslag.  responsabilisering van advocaten én rechtszoekenden centraal. Voor de N-VA was daarbij belangrijk dat het systeem werd voorbehouden voor wie er écht nood aan heeft. De krachtlijnen van de hervorming waren:

  • Het tegengaan van misbruik en overconsumptie: zo tellen voortaan alle bestaansmiddelen (en niet enkel de maandelijkse inkomsten) mee om te bepalen of iemand aanspraak kan maken op de tweedelijnsbijstand en er wordt ook een bescheiden bijdrage van de gebruikers gevraagd (van maximaal 50 euro).
  • Het waarborgen van de kwaliteit van de bijstand, onder andere door meer controle- en sanctiemogelijkheden tegenover advocaten die tekort schieten.
  • Een correcte vergoeding voor de advocaten, door bijvoorbeeld een nieuwe nomenclatuur uit te werken op basis van de geschatte werkuren in plaats van forfaitaire bedragen. Dat komt ook de kwaliteit van de dienstverlening ten goede.

Om de betaalbaarheid van het systeem te waarborgen werd bij de hervorming tegelijk ook een N-VA-wetsvoorstel tot oprichting van een fonds voor juridische tweedelijnsbijstand goedgekeurd. Dit fonds wordt gespijsd met bijdragen van 20 euro van strafrechtelijk veroordeelden en van rechtszoekenden die een zaak inleiden voor een rechtbank, volgens het principe 'de gebruiker van Justitie draagt een stukje bij in de kosten'.

Kamerlid Goedele Uyttersprot volgt de zaak op de voet en wilde van justitieminister Geens weten of er cijfers van het eerste volledige werkingsjaar van de hervormde tweedelijnsbijstand bekend zijn. Wat blijkt:

Sinds het vermogen van de rechtszoekende (en niet diens maandinkomsten) in aanmerking wordt genomen en er ook een bescheiden bijdrage van de gebruikers wordt gevraagd, is er een opvallende daling van het aantal nieuwe pro-Deodossiers met 17 procent (van gerechtelijk jaar 2016-2017 tegenover 2015-2016). Voor Vlaanderen is de daling lichter (12 procent) dan in Wallonië (23 procent), wat doet vermoeden dat in Vlaanderen vóór de hervorming reeds strenger werd toegezien op de voorwaarden om een aanstelling van een pro-Deoadvocaat te krijgen.

In het Fonds voor Juridische Tweedelijnsbijstand werd gedurende de eerste vier maanden (mei – augustus 2017) reeds een bedrag van 2,5 miljoen euro ontvangen. Dit bedrag heeft enkel betrekking op de ingeleide burgerlijke zaken; de inkomsten uit strafzaken zijn nog niet bekend. Bovendien worden er in de maanden juli en augustus traditioneel weinig nieuwe zaken ingeleid. Alleszins een eerste positieve balans!

Uit het antwoord van de minister blijkt echter ook dat op dit moment nog onduidelijk is welke vergoeding de advocaten later dit jaar zullen uitgekeerd krijgen voor de eerste dossiers onder het nieuwe systeem. De Ordes van advocaten werken voor 1 februari 2018 een voorstel uit.

De eerste evaluatie van de hervormde tweedelijnsbijstand lijkt positief. Al is er nog werk aan de winkel. De N-VA heeft destijds een aantal wetsvoorstellen ingediend, aanvullend op de hervorming, met begeleidende maatregelen:

  • Het automatiseren van de aanvraag voor kosteloze rechtshulp bij gedinginleiding (de voorwaarden zijn gelijk aan die van de tweedelijnsbijstand, maar er is toch een afzonderlijke aanvraag noodzakelijk, met onnodige werkbelasting bij de griffies en een verspilling van tijd en geld tot gevolg).
  • Het inschrijven van een wettelijk recht op toegang voor de bureaus voor juridische bijstand tot databanken van allerlei overheidsadministraties om controles te vergemakkelijken en misbruik beter te kunnen opsporen. Dat werd meegenomen in de hervorming, maar de uitwerking, namelijk een vlotte en rechtstreekse digitale toegang, laat op zich wachten.

De N-VA blijft ook voorstander van een regelmatige evaluatie van het pro-Deosysteem én controles van de prestaties van advocaten.