N-VA tevreden met akkoord ondersteuning leerlingen met ondersteuningsnood in het gewoon onderwijs

De Vlaamse meerderheidspartijen hebben een akkoord bereikt over het kader en de vormgeving van de ondersteuning van leerlingen met een ondersteuningsnood in het gewoon onderwijs. In uitvoering van het zogenaamde M-decreet hebben we als N-VA altijd gesteld dat de ondersteuning in de klas moet gebeuren voor de leerling die het nodig heeft en voor de betrokken leerkracht. Dit uiteraard naast het principe "gewoon onderwijs waar het kan, buitengewoon onderwijs waar het moet", waarbij het buitengewoon onderwijs blijft bestaan voor die leerlingen die het nodig hebben.

Vlaams Parlementslid Koen Daniëls (N-VA): "We hebben nu decretaal vastgelegd dat de middelen echt moeten ingezet worden in de klas en op school voor de leerling en de leerkracht, en niet naar extra structuren ver weg van die leerling en leerkracht gaan. In overleg tussen de scholen uit respectievelijk gewoon en buitengewoon onderwijs worden de middelen rechtstreeks ingezet voor leerkracht en leerling. We behouden het rugzakprincipe voor de meeste kinderen, met name voor kinderen met 4, 6 en 7 auditief en uiteindelijk hebben we dat principe ook voor kinderen type 2 binnengehaald. Daardoor is er een grote link tussen de specifieke onderwijsnood van de leerling en de extra middelen ondersteuning die hij genereert en nodig heeft. Dit wordt bereikt door voor leerlingen met die verslagen een voorafname te doen op de middelen die voorhanden zijn en dit blijft ook zo in de toekomst."

Vlaams Parlementslid Kathleen Krekels (N-VA): "Door een deel van de middelen lineair toe te kennen, garanderen we ook ondersteuning voor leerlingen die nu niet als zorgleerlingen geteld worden, zijnde leerlingen die geen verslag of gemotiveerd verslag vastkrijgen, maar waarvan leerkrachten en ouders wel ervaren dat er nood is aan extra ondersteuning. We stellen vast dat er - onterecht - druk werd uitgeoefend op scholen om goed werkende netoverschrijdende expertisenetwerken op te geven en over te stappen naar netgebonden netwerken. Daarom is er op onze vraag in het decreet ingeschreven dat bestaande netwerken kunnen blijven bestaan én bovendien geen financieel nadeel zouden ondervinden indien ze netoverschrijdend zouden (blijven) werken. Meer zelfs, netoverschrijdende netwerken binnen het officieel onderwijs wordt de norm, waarbij ze uiteraard kunnen samenwerken met scholen uit het vrij onderwijs en vice versa."

Vlaams Parlementslid Koen Daniëls vervolgt: "We verzekeren ook de ondersteuning voor kinderen die vandaag een verslag hebben voor basisaanbod, type 3, type 9 of type 7 spraak- en taalstoornissen door het totale ondersteuningsbudget aan te spreken.” Dit geeft op het terrein de nodige flexibiliteit die vandaag ontbreekt om die kinderen en leerkrachten te ondersteunen op een manier en tijdsduur die ze werkelijk nodig hebben.

Vlaams parlementslid Kathleen Krekels: "We hebben er ook voor gezorgd dat de competentiebegeleiders die er vandaag zijn, ingezet worden in de ondersteuningsteams om de leerkrachten te ondersteunen bij hun expertiseopbouw. Tevens hebben we de termijn op basis waarvan de budgetten worden verdeeld verhoogd van 3 jaar naar 6 jaar."

Krekels en Daniëls: "We zijn zeer tevreden dat we onze accenten hebben kunnen toevoegen. We zijn blij dat we de discussies tussen onderwijspartners – die handelden over middelen- hebben overstegen en het belang van het kind en de leerkracht terug centraal hebben gezet. We hebben nu decretaal ingeschreven waarover het echt moet gaan: ondersteuning van kinderen met een ondersteuningsnood en hun leerkrachten in het gewoon onderwijs én het behoud van de expertise van de personeelsleden uit het buitengewoon onderwijs."