Lorin Parys en Kristien Van Vaerenbergh (N-VA): Adoptie en pleegzorg bedachtzaam dichter bij elkaar brengen

23 oktober 2014, over deze onderwerpen: Welzijn

Bijna 300 kinderen zijn op zoek naar een pleeggezin in Vlaanderen. Dat maakte Pleegzorg Vlaanderen vandaag bekend naar aanleiding van haar precampagne voor de Week van de Pleegzorg die start op 14 november. De N-VA draagt pleegzorg een warm hart toe en steunt de campagne. De partij wijst ook op een andere wachtlijst: er staan namelijk bijna 800 Vlaamse ouders op een wachtlijst voor adoptie. “Adoptie en pleegzorg zijn twee erg verschillende vormen van hulpverlening. Dat moet zo blijven, maar met een nieuw adoptiedecreet moeten we ze wel dichter bij elkaar brengen. Bijvoorbeeld door kandidaat-adoptieouders steeds in te lichten over pleegzorg en door te zorgen voor een duidelijk statuut voor pleegouders”, aldus Vlaams Parlementslid Lorin Parys (N-VA) en Kamerlid Kristien Van Vaerenbergh (N-VA).
 
Pleegzorg moet bekender en pleegouders hebben een statuut nodig

Lorin Parys is zelf pleegouder én adoptieouder en schreef met De Vergeetput (Manteau, 2014), een boek over pleegzorg en jeugdzorg, Kristien Van Vaerenbergh volgt het dossier op als federaal parlementslid. Samen stellen ze vast dat er twee belangrijke drempels zijn die er de Vlaming van weerhouden om pleegouder te worden: “Het feit dat pleegzorg veel te onbekend is en het ontbreken van een statuut voor pleegouders. Daarom zijn we blij met de ambitie van de federale regering om werk te maken van een statuut voor pleegouders”.

Wachtlijst met kinderen in pleegzorg, wachtlijst met ouders in adoptie

Lorin Parys vroeg ook de meest recente cijfers op van de aangemelde kandidaat-adoptieouders in Vlaanderen: “Bijna 800 Vlamingen hebben zich kandidaat-adoptieouder gesteld: voor binnenlandse adoptie betreft het 462 kandidaat-adoptieouders. 336 kandidaat-adoptieouders hebben een bemiddelingsovereenkomst met een adoptiedienst voor interlandelijke adoptie of hebben een geschiktheidsvonnis maar nog geen contract afgesloten”.

Parys bekeek de cijfers in detail. Adoptieouders die in 2013 via een binnenlandse adoptiedienst een eerste keer adopteerden, wachtten gemiddeld vier jaar en vier maanden. De wachttijd bij interlandelijke adoptie is sterk afhankelijk van het land van herkomst. Voor China bijvoorbeeld is er een wachttijd van drie jaar en vier maanden, voor Thailand van zes jaar en acht maanden, voor Marokko een jaar en tien maanden. Bovendien is het aantal aanmeldingen voor binnenlandse adoptie vorig jaar met een derde gestegen. In 2013 melden 210 Vlamingen zich aan, in 2012 waren dat er maar 158. Aangezien er gemiddeld maar 28 binnenlandse adopties per jaar zijn, betekent dat - in theorie - dat kandidaat-adoptieouders nu meer dan tien jaar moeten wachten om te adopteren.

Adoptie en pleegzorg dichter bij elkaar brengen via nieuw decreet

Lorin Parys verbindt ambities aan zijn analyse: “We zijn van plan om in het Vlaams Parlement de binnenlandse adoptieprocedure te herschrijven. Daarbij moeten we ervoor zorgen dat kandidaat-adoptieouders ook geïnformeerd worden over pleegzorg, bijvoorbeeld over het bestaan van langdurige vormen van pleegzorg zodat ze het tenminste kunnen overwegen”.
Kamerlid Kristien  Van Vaerenbergh: “Samen met een statuut dat de spelregels duidelijk schetst voor pleegouders kunnen we zo sommige van die 800 kandidaat-adoptieouders overtuigen om hun huis en hart open te zetten voor een pleegkind, een kind dat momenteel niet kan opgroeien in een thuis”.