Installatiepremie moet rekening houden met kinderen in plaats van aantal volwassenen

6 december 2017, over deze onderwerpen: Armoede, Uitkeringen, Huren

Daklozen die een woning betrekken hebben één keer in hun leven recht op een premie van 1190,27 euro om hun woning te bemeubelen (de zogenaamde installatiepremie). Op dit moment bestaan hierover twee verschillende wetgevingen waarbij de ene groep begunstigden een som geld per adres krijgt van het OCMW, terwijl de andere groep een som per volwassene ontvangt.

Ouders van minderjarige kinderen krijgen bovendien geen extra geld voor de bijkomende benodigdheden van hun kinderen. “Dit budget van jaarlijks meer dan 12 miljoen euro kan beter gespendeerd worden”, stelt N-VA-Kamerlid Valerie Van Peel. “Het is niet logisch dat drie broers of vrienden - die bijvoorbeeld na een verblijf in een asielcentrum besluiten samen te gaan wonen – in totaal meer dan 3400 euro kunnen ontvangen, terwijl een alleenstaande moeder van twee kinderen het met 1190,27 euro moet doen.” Met dit wetsvoorstel wil Van Peel de verschillende wetten op elkaar afstemmen en meer rekening houden met de noden van de kinderen. “Het wetsvoorstel voorziet één premie per adres en een toelage van 125 euro per inwonend kind.” Volgens het jaarverslag van de POD Maatschappelijke integratie werden er in 2016 10.731 zogenaamde installatiepremies uitgekeerd. Een kleine 36 procent daarvan ging naar erkende vluchtelingen.

De installatiepremie dient om mensen éénmaal in hun leven de mogelijkheid te geven om na een periode van dakloosheid een nieuwe woonst van basisinrichting te voorzien. Er bestaan echter twee wetgevingen, gericht op verschillende doelgroepen, die niet hetzelfde gevolg hebben. Voor personen met een leefloon en erkende vluchtelingen, die deze premie ontvangen via de RMI-wetgeving (Recht op Maatschappelijke Integratie), geldt een individueel recht. Zij krijgen een premie per volwassen rechthebbende. Samenwonende volwassenen die de premie echter ontvangen via de wet van 23 augustus 2004, bijvoorbeeld personen die leven van een werkloosheids- of invaliditeitsuitkering, krijgen slechts één premie wanneer ze zich op hetzelfde adres vestigen.

“Eén premie per adres is de meest logische keuze. De kost voor de inrichting van een huis neemt immers niet evenredig toe met het aantal volwassen bewoners. Er zijn niet plots drie ijskasten nodig bijvoorbeeld. De toekenning per adres in plaats van per volwassen persoon beperkt het risico dat het geld aan niet noodzakelijke goederen zou gespendeerd worden”, stelt Van Peel. “Dat geld gaat beter naar een extra toelage voor de inwonende kinderen waarvoor aparte kamers moeten ingericht worden. Het is niet logisch dat een koppel dubbel zoveel kan ontvangen dan een alleenstaande ouder van drie.” 

Bovendien kan de installatiepremie vandaag per gerechtigde slechts éénmaal worden toegekend. Met dit wetsvoorstel van Van Peel blijft met de verdeling van de premie over verschillende volwassenen op één adres er een recht op het niet-uitgekeerde deel bestaan, moest deze persoon op een later moment in zijn of haar leven opnieuw dakloos zijn en bijvoorbeeld wel alleen gaan wonen. De extra toelage van 125 euro voor de kinderen wordt in een latere levensloop niet meegerekend wanneer aan het volwassen geworden kind eventueel zelf het recht op een installatiepremie toegekend wordt.