Europese interne markt blaast 25 kaarsjes uit: meerwaarde voor consumenten en bedrijven

29 december 2017, over deze onderwerpen: Economie, Europees beleid, Europese handel

Op 1 januari 2018 blaast de Europese interne markt 25 kaarsjes uit. In 1993 waren twaalf landen lid van deze markt, vandaag zijn alle 28 EU-lidstaten lid en levert de handel in goederen in deze zone jaarlijks maar liefst 3.063 miljard euro op*. Europarlementslid Anneleen Van Bossuyt is voorzitter van de commissie Interne markt in het Europees Parlement: “We mogen trots zijn op een van de grootste verwezenlijkingen van de Europese Unie. De interne markt is van onschatbare waarde voor onze economie en het leven van onze burgers. Dankzij het wegvallen van de grenzen werd het voor onze bedrijven mogelijk om een markt van meer dan 500 miljoen consumenten te bereiken.”

Op 1 januari 1993 kwam de Europese interne markt tot stand, met het vrij verkeer van personen, diensten, goederen en kapitaal. Vanaf het prille begin werd het voor de bedrijven en de burgers meteen eenvoudiger om van diensten en goederen uit andere lidstaten te genieten. Van Bossuyt benadrukt hoe de interne markt ons leven eenvoudiger en vaak ook goedkoper gemaakt heeft: “Aanvankelijk werd voornamelijk ingezet op vrije handel van tastbare goederen en diensten, denk maar aan het wegvallen van alle douanes tussen de lidstaten. De laatste jaren investeerden we zwaar in de digitale interne markt. Denk maar aan het wegvallen van de roamingtarieven op reis, en het beschikbaar maken van je digitale abonnementen zoals Netflix en Telenet Play Sports wanneer je in het buitenland bent.”

De interne markt heeft ook voor meer veiligheid en consumentenbescherming gezorgd. Van Bossuyt: “Zo moeten de producten op de Europese markt aan strenge veiligheidseisen voldoen. Maar ook het recht om producten terug te sturen die je bijvoorbeeld online besteld hebt via een Nederlandse webshop, vloeit voort uit de verdere vervolmaking van deze interne markt.”

Volgens Van Bossuyt wordt er anderzijds ook misbruik gemaakt van het systeem: “Vooral bij het verrichten van diensten in een andere lidstaat stellen we misbruiken vast. Bedrijven vestigen zich in Centraal-Europese lidstaten om vervolgens enkel diensten te verrichten in Vlaanderen. Op die manier ontlopen ze een rist aan sociale verplichtingen en dat kan uiteraard niet de bedoeling zijn. Een recent voorbeeld zijn de geparkeerde Poolse, Roemeense en Hongaarse vrachtwagens die voor de kerstperiode achtergelaten worden, omdat de bestuurders voor de feestdagen even terug naar huis zijn en de rest van het jaar aan dumpingprijzen in Vlaanderen ritten uitvoeren.”

De waarde van de interne markt wordt duidelijk geïllustreerd in de lopende brexit-onderhandelingen. De Britten willen dan wel uit de EU stappen, maar liefst niet uit de interne markt. Van Bossuyt: “Hoewel het uiteindelijke akkoord zal moeten uitwijzen hoe de Britten verbonden blijven met de interne markt, is het voor hen cruciaal om zoveel mogelijk toegang te blijven hebben. De London School of Economics berekende dat een brexit uit de interne markt de Britten tot 6,3 procent van hun bnp kan kosten.

(*) meest recente Eurostat Eurostat voorziet de Europese Unie van goede statistische informatie. Als bureau voor de statistiek draagt het ook bij tot het harmoniseren van statistieken, zodat gegevens vergelijkbaar worden. Een belangrijke taak van Eurostat is ook om de statistische systemen in kandidaat-lidstaten en ontwikkelingslanden te verbeteren. Correcte, betrouwbare cijfers zijn onmisbaar voor een goed beleid. Daarom baseert de N-VA zich graag op de Eurostat-cijfers. Eurostat-cijfers uit 2015