Asbestverwijdering: te weinig controle op werven

8 augustus 2017, over deze onderwerpen: Asbest

“Op werven waar asbest wordt verwijderd, wordt in Vlaanderen te weinig gecontroleerd”, aldus Vlaams volksvertegenwoordiger Wilfried Vandaele. “En wie geen erkenning heeft om asbest te verwijderen, wordt niet speciaal in de gaten gehouden.” In een Pano-reportage van een paar maanden geleden gingen VRT-journalisten op zoek naar illegale asbestactiviteiten van malafide ondernemers. Dat inspireerde Vandaele ertoe om cijfers op te vragen bij leefmilieuminister Schauvliege. Het antwoord is onthutsend: vooral op de plaatsen waar asbest verwijderd wordt, op de werven, laat controle te wensen over. Ook bedrijven zonder erkenning worden te weinig gecontroleerd.

Alles samen werden de voorbije vijf jaar in de provincie Vlaams-Brabant bij vergunde bedrijven 158 controles op asbest uitgevoerd door de Vlaamse Milieu-inspectie. In Oost-Vlaanderen waren er dat 81, in Antwerpen en Limburg telkens 36. West-Vlaanderen is hekkensluiter met amper 10 controles. Op plaatsen waar door de aannemer geen asbestverwijdering werd verwacht of gemeld, waren er in Vlaams-Brabant 35 controles, in Limburg 30, en in Antwerpen 2. In West- en Oost-Vlaanderen blijkbaar geen.

Go4circle, de bedrijfsfederatie van de circulaire economie, hield het antwoord van de minister op de vraag van Vandaele tegen het licht. Na het uitfilteren van controles bij de afvalverwerkende bedrijven zelf, de containerparken en de stortplaatsen, concludeert Go4circle dat slechts een derde van de asbestinspecties bij vergunde activiteiten (114 van de 321) op de werf zelf plaatsvindt. De federatie vindt dat veel te weinig en vindt de pakkans te klein. Asbest kan nog te gemakkelijk onder de radar doorglippen en als het aangetroffen wordt in de gerecycleerde granulaten – op het einde van de keten – is het veel te laat.

“Het zwakke punt zit bij de afbraak, want daar is het gevaar voor de volksgezondheid het grootst. En precies daar zijn er weinig controles”, zegt Wilfried Vandaele.

Ook voor de grote verschillen in aantallen controles tussen de provincies ziet Vandaele niet echt een sluitende verklaring: “Blijkbaar legt de ene dienst van Milieu-inspectie meer ijver aan de dag dan de andere.”

Niet-erkende aannemers hebben geen toestemming om asbest te verwijderen, maar doen het toch. “Bij grote afbraakwerken zou de inspectie veel vaker spontaan een kijkje moeten gaan nemen”, vindt Vandaele.

Wilfried Vandaele: “De erkende asbestverwijderaars die hun werk correct doen, zijn zelf vragende partij dat de overheid meer zou controleren. Nu is er oneerlijke concurrentie van de cowboys. Mijn conclusie is duidelijk: er is te weinig toezicht op de asbestverwijdering.”