Aangepaste vrijstelling moet meer leefloners aan het werk krijgen

14 februari 2018, over deze onderwerpen: Economie, Werken, Werk zoeken en werkloosheid, Activering, Armoede, Uitkeringen

Met een wetsvoorstel dat de Socio-Professionele-Integratie-vrijstelling voor personen met een leefloon hervormt, wil Kamerlid Valerie Van Peel meer mensen aan het werk krijgen. Zonder daarbij de werkloosheidsval uit het oog te verliezen. “Vandaag werkt deze vrijstelling voor personen met een leefloon die een beetje bijverdienen eerder contraproductief. Met mijn voorstel worden ze gestimuleerd om stelselmatig meer aan de slag te gaan tot een uitkering in het beste geval overbodig wordt.”
 
Om de overgang van een leefloon naar (deeltijds) werk financieel aantrekkelijk te maken, worden bij de berekening van de bestaansmiddelen, en dus het recht op leefloon, inkomens uit werk of beroepsopleiding tot op een zekere hoogte vrijgesteld. Dit is de zogenaamde Socio-Professionele Integratie (SPI)-vrijstelling. Vandaag gaat het over een forfaitair bedrag van 244,03 euro. En dit gedurende een periode van drie jaar, met mogelijkheid tot uitbreiding tot zes jaar. Deze vrijstelling werd sinds haar ontstaan in 1974 amper hervormd en schiet vandaag haar doel voorbij. Door haar forfaitaire karakter stimuleert de maatregel niet om extra te gaan werken en dreigt een cliënt zelfs financieel te verliezen bij het deeltijdse werk. “Vandaag geven heel wat OCMW’s hun cliënten immers extra leeftoelagen die komen te vervallen wanneer iemand enkele dagen aan de slag gaat. Bovendien zorgt de periode van zes jaar dat cliënten te weinig gestimuleerd worden om snel iets aan de situatie te veranderen.” Niet onverwachts blijkt dan ook uit een studie van de Koning Boudewijnstichting dat de SPI-vrijstelling niet vaak wordt gebruikt door OCMW’s en helemaal weinig leidt tot reguliere volwaardige tewerkstelling.
 
“Dit moet beter”, stelt Van Peel. “Tewerkstelling is immers de beste weg uit de armoede. Maar dan moeten onze tools dit ook echt wel stimuleren. In mijn wetsvoorstel evolueren we naar een volledige vrijstelling bij een netto-maandinkomen tot 244,03 euro, 30 procent op een netto tussen 244,03 en 800 euro en 15 procent op een inkomen tussen 801 en 1200 euro. Het netto maandinkomen groter dan 1200 euro krijgt geen vrijstelling. En we brengen de periode terug naar twee tot maximum vier jaar. Zo zorg je ervoor dat je als OCMW met je cliënt kan inzetten op de uitbreiding van uren - aangezien dit loont - en uiteindelijk hopelijk ook op volledige tewerkstelling. Deze aanpak is veel meer conform onze buurlanden. En de extra kosten hiervoor worden gecompenseerd door de extra sociale bijdragen. We staan open voor debat in commissie over de punten en komma’s, maar als we het opnemen van deeltijdse jobs willen aanmoedigen via de SPI-vrijstelling moeten we het vrijstellingspercentage op de laagste inkomens voldoende hoog houden en anderzijds het percentage voor grotere jobs voldoende laag, zodat de spanning met overige inkomens (minimumloon, werkloosheidsuitkering) behouden blijft. En dat is wat dit voorstel doet.”