Waarom de botsing tussen Israël en Iran een nieuw oorlogsfront in het Midden-Oosten dreigt in te leiden

Door Peter De Roover op 12 februari 2018, over deze onderwerpen: Buitenlandse Zaken, Syrië
Prikkeldraad

Volgens Kamerfractieleider Peter De Roover dreigt de botsing tussen Israël en Iran van afgelopen weekend wel degelijk een nieuwe oorlog in te leiden. De Roover nam begin februari deel aan een parlementaire missie naar Israël. "Die leerde veel over de achtergrond bij de uitbarsting van vorig weekend", stelt hij op knack.be.

De permanente spanning aan de grens tussen Israël, Syrië en Libanon evolueerde in het voorbije weekend tot een echte militaire botsing. Het Israëlische leger, de Israeli Defense Forces (IDF), haalde een drone neer die was gelanceerd vanaf Syrisch grondgebied, volgens de Israëli door de beruchte Iraanse Quds-militie. De IDF vielen daarop bases aan in Syrië, waarna een F16 van de Israëli werd neergehaald. De IDF reageerde fors, volgens de Israëlische luchtmacht met de 'grootste en meest betekenisvolle aanval op Syrië sedert 1982'. Daarmee is de eerste directe confrontatie tussen Israël en Iran op Syrische bodem een feit. Het was van 1982 geleden dat een Israëlisch gevechtsvliegtuig werd neergehaald door vijandelijke geschut. Ook gebeurde het nooit eerder dat een drone die Israël binnendrong, rechtstreeks door Iran werd geleid.

De Israëlische premier Benjamin Netanyahu verklaarde zondag dat Iran de Israëlische soevereiniteit heeft geschonden. 'Onze Rules of action zijn niet veranderd: wij zullen terugslaan bij elke poging ons te raken. Israël zal zich verdedigen tegen elke agressie en poging om haar soevereiniteit te schenden', zo reageerde hij na de kabinetszitting. Iran ontkent trouwens elke betrokkenheid.

Het viel op dat Netanyahu niet alleen contact opnam met de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Rex Tillerson maar ook met de Russische president Vladimir Poetin. Eind januari reisde de Israëlische premier nog naar het Kremlin. Moskou wordt gezien als bepalende factor in Syrië en Israël wil de contacten met Poetin zo veel mogelijk verzorgen omdat ook Israël ervan uitgaat dat alleen hij op korte termijn enige druk kan uitoefenen op Iran en de Syrische president Bashar al-Assad.

Toevallig bezocht een delegatie van het Belgische parlement, waar ik deel van uitmaakte, Israël van 4 tot 6 februari. We bezochten onder meer in het noorden van Israël de Misgav Am-kibboets aan de grens met Libanen en Syrië, niet ver van de streek waar enkele dagen later de F16 neergehaald zou worden.

Onze delegatie voerde een dag later in Jeruzalem gesprekken met leden van de Knesset, functionarissen van Buitenlandse Zaken en Israëli uit de academische wereld. We kregen een duidelijk beeld van het dominante denken in Israël over de ontwikkelingen in het Midden-Oosten. Er bestaat daarover trouwens een heel brede consensus binnen dat land, tot ver buiten de regeringscoalitie en lopende van uiterst rechts tot ver in het linkse kamp.

De kernwoorden van de meeste gesprekken die we voerden waren 'veiligheid' en 'bedreiging'. De Israëlische samenleving staat onder zware druk, voelt zich actief bedreigd en plaatst het belang van veiligheid ver bovenaan de agenda. Dat posters van de luchtvaartmaatschappij El Al met het opschrift 'bringing the jewish people home' bezoekers aan het land al begroeten in de sluis om vanuit het vliegtuig de terminal te bereiken, is veelzeggend. Het idee van een eigen land waar Joden altijd naartoe zullen kunnen gaan, is heilig voor zowat alle Israëli en elke mogelijk risico nemen ze uitermate ernstig.

Wanneer het woord 'bedreiging' valt - en dat is dus voortdurend het geval - volgt daar steevast 'Iran' op. Veel meer dan van de Palestijnse kwestie ligt de overgrote meerderheid van de Israëli wakker van de grote boeman in Teheran. De Palestijnse zaak verschuift, net als in vele landen van het Midden-Oosten, ook in Israël naar de achtergrond.

Heel interessant was de jaarlijkse ontmoeting van de Knesset met de ambassadeurs in Israël op 6 februari, die we konden bijwonen. Aangezien het hele diplomatieke corps daar samenschoolde, gingen de toespraken verder dan obligate uitwisselingen van vriendschappelijkheden. Knesset-voorzitter Yuli Edelstein (Likud) - die we twee weken eerder in Brussel al hadden ontmoet - bracht een duidelijke boodschap: 'Neem deel aan concrete samenwerkingsinitiatieven in plaats van te veel energie te steken in een definitief vredesakkoord. Concrete coöperatie biedt win-win en laat dat niet overschaduwen door slogandiscussies over tweestatenoplossingen of niet. Neem die boodschap mee naar uw hoofdsteden', zei hij letterlijk. We hoorden het uit meerdere monden: het geloof in een groot vredesakkoord met de Palestijnen is gering. Een gesprekspartner verwoordde het als volgt: 'Vrede? Met wie? Welke Palestijn is representatief? Dat ze eerst vrede stichten onder elkaar.' Dat ongeloof in daadwerkelijke stappen naar vrede met de Palestijnen viel heel erg op.

Daar staat de algemene focus op Iran tegenover. 'Op elke aanval op Israël staat de vingerafdruk van Teheran', klonk het bij Edelstein.

Zijn partijgenoot Avi Dichter, voorzitter van de commissies Buitenlandse Zaken en Defensie, nam het woord na hem. Dichter is een gespierde man en sprak gespierde taal in die zaal gevuld met de diplomaten die geacht werden ijverig te rapporteren aan hun hoofdsteden.

Iran voert al drie decennia een offensieve strategie, zo zette Dichter meteen de toon. 'Aan twee voorwaarden moet worden voldaan om van een echte bedreiging te kunnen spreken. Er is de intentie én de mogelijkheid die uit te voeren. Over de intenties van Iran kan geen twijfel bestaan. Wij zullen onder geen beding tolereren dat ze de mogelijkheid krijgen die ook uit te voeren', vatte hij de sfeer in Israël vastberaden samen.

'Israël is het enige land dat rechtstreeks aangevallen wordt door de proxies van Iran; Hamas in de Gazastrook, Hezbollah in Libanon, Hezbollah en sjiitische milities in Syrië. Via Jemen probeert Iran een tweede, zuidelijke corridor te forceren', zo tekende Dichter het geografische plaatje dat Israël hanteert.

Voor de dominante politieke klasse, ruim gesteund in de Israëlische samenleving, gaat het over een existentiële bedreiging. Iemand van het veiligheidsdepartement van Buitenlandse Zaken drukte ons op het hart: 'Iran is het enige land dat openlijk spreekt over de vernietiging van een ander land, Israël'. In vergelijking met Iran en de proxies, bondgenoten van dat land, noemde ze IS een 'groep boyscouts'. Het tekent de manier waarop de Israëlische overheid Iran inschat.

De Libanese Iran-bondgenoot Hezbollah beschikt over een rakettencapaciteit die heel Israël dekt, wat in 2006 bij de vorige oorlog tussen Israël en Libanon nog niet het geval was. Het zou gaan over een arsenaal van ruim 125000 raketten, opgesteld in de grensstreek van Libanon met Israël. Iran, daar waren al onze gesprekspartners van overtuigd, bouwt momenteel in Libanon één of meer rakettenfabrieken. Rusland zou hen er van weerhouden dat te doen op Syrische bodem en dus verschoof Teheran het project naar die andere buurstaat. Over dat project was er eensgezindheid: 'Daar loopt een rode lijn en wij tolereren niet dat die overschreden wordt.'

De stelling van Dichter dat Iran niet de mogelijkheid mag krijgen Israël te vernietigen, gekoppeld aan de Israëlische overtuiging dat Iran in Libanon een rakettenfabriek bouwt, leidt tot het onontkoombare besluit dat in de gegeven omstandigheden een oorlog tussen Israël en Libanon erg waarschijnlijk lijkt. Eén woordvoerder kleefde er zelfs een datum op: de zomer van 2018.

De schermutselingen van voorbije weekeinde dreigen dus slechts de inleiding te vormen op een nieuw warm oorlogsfront in het Midden-Oosten. Geen enkele gesprekspartner in Israël liet er twijfel over bestaan dat de IDF er helemaal klaar voor is.

Voorbije weekeinde drukten de betrokken partijen niet echt op het gaspedaal. Maar Europa en de wereld houden er best ernstig rekening mee dat het ultieme scenario, gewild of door misrekeningen, ergens in de zomer realiteit kan worden.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is