Tweede studiedag Objectief V: “Vlaanderen en Wallonië groeien economisch steeds verder uit elkaar”

Door N-VA op 17 juni 2017, over deze onderwerpen: Economie, Pensioenen, Confederalisme, Transfers
Tweede studiedag Objectief V

In het kader van haar confederalismeproject Objectief V organiseert de N-VA drie studievoormiddagen in het Vlaams Parlement. Na een succesvolle eerste studievoormiddag vorige week, kende ook de tweede een mooie opkomst van een tweehonderdtal geïnteresseerden.

Kamerlid Sarah Smeyers zat de studiedag voor en schonk bijzondere aandacht aan het door schandalen geteisterde Brussel. “In Europa zijn de hoofdsteden veelal de sterkste regio van hun land. Bij ons is dat niet zo. Bij ons is dat niet de hoofdstad, maar Vlaanderen. In Brussel zien we zelfs net het tegenovergestelde. Tegelijk blijft Brussel slachtoffer van onverantwoordelijke Brusselse bestuurders en van politici die een migratiebeleid hebben opgezet dat Brussel niet kon verteren.”

“Ook de kloof tussen Vlaanderen en Wallonië wordt enkel groter”, benadrukte Smeyers. “België blijft met haken en ogen aan elkaar hangen. Demografisch, cultureel, en ook economisch. We zien dat, dankzij het federale beleid, België meer op z'n Vlaams wordt bestuurd. En gelukkig maar. Daardoor doen ook álle regio's het beter, maar toch bovenal Vlaanderen.” Dat toonde Edwin De Boeck, directeur van de N-VA-studiedienst, ook aan in zijn uiteenzetting. In 2015 groeide de Vlaamse economie met 2,1 procent, terwijl de groei in Wallonië maar 0,9 procent was.

Open economie

De belangrijkste verklaring voor De Boeck is de grotere economische openheid van Vlaanderen. In zijn inleiding pikte Vlaams fractievoorzitter Matthias Diependaele daarop in: “Kleine regio's hebben er alle belang bij een open handelsbeleid te voeren. In Wallonië zien we het tegenovergestelde. Wallonië heeft alles in zich om het stukken beter te doen, maar dan zullen ze het politiek anders moeten aanpakken.”

Hoewel Vlaanderen dus het meest profiteert bij het herstel van de Concurrentiekracht De mate waarin ondernemingen in het ene land kunnen concurreren met dezelfde ondernemingen in een ander land. Sinds 1996 bestaat er in België een wet om de concurrentiekracht te bewaken. Die stelt dat de Belgische loonkosten niet sneller mogen evolueren dan het gemiddelde van onze drie buurlanden. De CRB (Centrale Raad voor het Bedrijfsleven) meet elk jaar of die doelstelling wordt gehaald. concurrentiekracht, zorgen de Taxshift Van een ‘taxshift’ of belastingverschuiving is sprake als je een nieuwe belasting invoert of een bestaande verhoogt om een andere belasting te verminderen of te schrappen. De N-VA is voorstander van een verschuiving van de lasten op arbeid naar die op consumptie of milieuvervuiling bijvoorbeeld, maar niet van een belasting die de totale belastingdruk nog doet toenemen. taxshift en de loonmatiging ook in Wallonië en Brussel voor veel extra jobs. Goed nieuws dus, maar tegelijk blijven de regio's slachtoffer van de gebrekkige staatsstructuur. Vooral de productiviteitsgroei in Wallonië en Brussel blijft achter. “Het feit dat de loonvorming nog altijd centraal op Belgisch niveau wordt bepaald, is voor Wallonië geen goede zaak”, zegt N-VA-ondervoorzitter Sander Loones. “De Franstaligen worden meegetrokken in een loonverhaal dat voor hen te ambitieus is en ze prijzen zichzelf daardoor uit de markt. We moeten dat splitsen, confederaliseren. Ook in het voordeel van Wallonië.”

Matthias Diependaele
Pensioenen betaalbaar houden

De kloof op de arbeidsmarkt en het groter gewicht van overheidstewerkstelling zorgen ervoor dat de Transfers De geldstromen van Vlaanderen naar Brussel en Wallonië worden transfers genoemd. De transfers via de federale begroting, de financieringswet en de sociale zekerheid zouden tussen 6 en 7 miljard euro per jaar bedragen. En zelfs tot 11 miljard euro, als je de afbetaling van de schuld meetelt. De omvang van de transfers wordt steeds betwist van Franstalige zijde of de transfers worden gewoon als solidariteit afgedaan. Een studie van Vives (KULeuven) toonde aan dat de transfers de solidariteit niet dienen, maar verlammend werken op de groei van zowel de Waalse als de Vlaamse economie. transfers tussen Vlaanderen en Wallonië omvangrijk blijven. Maar die solidariteit met de andere gewesten weegt steeds zwaarder door. Want Vlaanderen heeft zelf een steeds groter deel van de belastingen en sociale bijdragen nodig om de eigen vergrijzingsfactuur te betalen. Dat wordt op termijn politiek en economisch onhoudbaar. Matthias Diependaele: “De transfers zullen dus moeten dalen. Oprechte solidariteit, daar blijven wij natuurlijk én volop toe bereid. Maar het huidige systeem, waarbij de factuur voor een falend beleid gewoon kan worden doorgeschoven, Waalse onverantwoordelijkheid dus wordt beloond en Vlaanderen daarvoor moet blijven betalen, is niet houdbaar.”

Als tweede spreker kwam professor Ed Poole aan bod. Hij doceert Political Economy and Territorial Politics aan de universiteit van Cardiff en verricht onderzoek op het gebied van begrotingscentralisme in het Verenigd Koninkrijk. Op dit moment voltooit hij zijn PhD in politieke wetenschappen aan de London School of Economics, waar hij ook een masterdiploma in politieke wetenschappen heeft behaald.

De volgende studievoormiddag van Objectief V vindt plaats op zaterdag 24 juni en focust op de succesrecepten van Zwitserland. Tegelijk wordt duidelijk hoe confederalisme echte verandering kan garanderen.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is