Transfers kosten Vlaams gezin jaarlijks 2590 euro

Door Sander Loones, Matthias Diependaele op 7 juli 2017, over deze onderwerpen: Confederalisme, Transfers, Infografieken

Een nieuwe studie bevestigt dat de financiële Transfers De geldstromen van Vlaanderen naar Brussel en Wallonië worden transfers genoemd. De transfers via de federale begroting, de financieringswet en de sociale zekerheid zouden tussen 6 en 7 miljard euro per jaar bedragen. En zelfs tot 11 miljard euro, als je de afbetaling van de schuld meetelt. De omvang van de transfers wordt steeds betwist van Franstalige zijde of de transfers worden gewoon als solidariteit afgedaan. Een studie van Vives (KULeuven) toonde aan dat de transfers de solidariteit niet dienen, maar verlammend werken op de groei van zowel de Waalse als de Vlaamse economie. transfers van Vlaanderen naar Wallonië hoog blijven, met weinig zicht op beterschap. Ondertussen lopen de vergrijzingskosten verder op. N-VA-ondervoorzitter Sander Loones en Vlaams fractievoorzitter Matthias Diependaele zien daarin een verder bewijs dat een snelle omslag naar Confederalisme Willen we iets structureel veranderen, dan moeten we de structuren veranderen. Confederalisme is de structurele verandering die dit land nodig heeft. Confederalisme heeft als uitgangspunt dat Vlaanderen en Wallonië eigenaar zijn van alle bevoegdheden. Ze oefenen die zelf uit maar kunnen ook samen beslissen om sommige bevoegdheden samen te beheren op het confederale niveau, in hun beider belang. Zo wordt de logica volledig omgedraaid. In plaats van bevoegdheden over te dragen van het federale niveau naar Vlaanderen en Wallonië, kunnen bevoegdheden worden overgedragen naar het confederale niveau. Gedwongen samenwerking wordt vervangen door vrijwillige samenwerking. Moeten wordt willen. Afbreken van bovenaf wordt opbouwen van onderuit. Confederalisme is dus samen beslissen wat we samen willen doen. confederalisme noodzakelijk is: “De voorbije twintig jaar zijn meer dan 130 miljard aan transfers gebeurd zonder zicht op beterschap in Wallonië. Geld verschuiven van het ene naar het andere gewest, zonder verantwoordelijkheid aan te moedigen, dat is geen echte solidariteit. Dat is het cultiveren van profitariaat. Alleen met confederalisme kan dat anders worden.”

In 2015 bedroegen de transfers tussen Vlaanderen en Wallonië zeven miljard euro. Dat cijfer is niet nieuw en komt overeen met de grootteorde van andere studies. De verdienste van deze nieuwe studie ligt in de inzameling van zeer veel microdata, in de samenwerking met instellingen als het Planbureau Het Federaal Planbureau (FPB) is een Belgische instelling van openbaar nut. Het Planbureau maakt studies en vooruitzichten over sociaal-economische en ecologische beleidsvraagstukken.  Het stelt zijn wetenschappelijke deskundigheid ter beschikking van de regering, het parlement, de sociale partners en nationale en internationale instellingen.  Planbureau en de Nationale Bank en in het feit dat de dynamiek van de transfers over een periode van twintig jaar wordt bestudeerd.

Waals gezin ontvangt jaarlijks 4820 euro

Omgerekend betekenen de transfers een jaarlijkse kost van 2590 euro per gezin en per werkende Vlaming. Dat betekent dat de modale Vlaming elk jaar meer dan een maandloon ziet verdwijnen om de transfers te financieren. Zonder de kosten van de Vergrijzing Een stijging van de gemiddelde leeftijd doordat het aandeel van ouderen in de bevolking stijgt. Een periode van vergrijzing gaat vaak ook gepaard met een bevolkingsdaling. Die is concreet zichtbaar in de bevolkingspiramide, waarvan de basis inkrimpt en daardoor ook het draagvlak voor de sociale zekerheid. vergrijzing in rekening te brengen, zou dat bedrag zelfs oplopen tot 3000 euro, of acht miljard in totaal. Ook Brussel draagt netto bij. Wallonië ontvangt dan weer 4820 euro per gezin.

Transfers moeten structureel dalen

Vooral de effecten van de vergrijzing en de zesde staatshervorming vallen op. Vlaanderen heeft een groter deel van de sociale uitgaven nodig om zijn pensioenen te kunnen betalen. Sinds 2000 is het Vlaamse aandeel in de pensioenuitgaven met 1,5 miljard gestegen. Ook de regionalisering van een deel van de personenbelasting zorgt ervoor dat de transfers tussen 2000 en 2020 op papier stabiel blijven rond 6,5 miljard euro. Opvallend is dus dat de transfers gedrukt worden door een ouder wordende Vlaamse bevolking, maar dat er aan de onderliggende economische verschillen weinig of niets gebeurt. Vooral omdat de vergrijzing die we in Vlaanderen zien, sinds 2015 ook volop in Wallonië begint toe te slaan. Dat enkel Vlaanderen ouder wordt, is dus een fictie. “Sommigen dromen van volledige tewerkstelling in 2025, maar het zou al een gigantische stap voorwaarts zijn als Wallonië en Brussel evenveel mensen aan de slag krijgen als Vlaanderen”, verklaart Sander Loones. “Dat zou 340.000 Franstaligen extra op de arbeidsmarkt betekenen, en dus een gans pak minder mensen die op Vlaamse kosten moeten leven van een uitkering. Enkel zo zouden de transfers structureel kunnen dalen. Als je de recepten van de PTB daarvoor volgt, dan kan dat alleen tot nog meer transfers leiden. Daarom alleen al moeten we dringend de omslag naar confederalisme maken.”

Solidariteit moet transparant zijn

Matthias Diependaele benadrukt dat Vlaanderen solidair wil blijven met Wallonië: “Maar daar moet ook iets tegenover staan. Vlamingen hebben het recht om te weten wat er met hun geld gebeurt en dus is een veel grotere transparantie nodig. En ook de Franstaligen hebben recht op een efficiënter bestuur, zodat ze niet voor eeuwig veroordeeld zijn te leven van transfers. Er moet een perspectief zijn dat de transfers structureel omlaag gaan. Ook Vlaanderen vergrijst en zal alle middelen nodig hebben om zijn eigen vergrijzingskosten te kunnen dragen.”

TRansfers in België

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is