12 mei 2011
Sinds 1 januari 2008 gelden voor huurders van een Sociale Woning ook verplichtingen op vlak van taal- en inburgeringsbereidheid. Maar in de praktijk wordt deze voorwaarde amper onderzocht of nageleefd. Homans stelde vandaag in de commissie Wonen dat de Sociale Huisvestigingsmaatschappijen na de verplichte proefperiode van 2 jaar zelf een taaltest zouden kunnen afnemen, zoals voorzien in het kaderbesluit sociale huur. “Vlaams minister van Wonen, Freya Van den Bossche zou de huisvestigingsmaatschappijen ook moeten opleggen om deze info systematisch bij te houden. Kennis van de taal is immers een belangrijke voorwaarde tot gezond samenleven”, stelt Homans. Van den Bossche beloofde de voostellen van Homans te bekijken.
Twee weken geleden bleek uit het antwoord van minister Van den Bossche op een andere vraag van Homans dat tot nog toe in Vlaanderen slechts drie huurders van een sociale woning in gebreke werden gesteld omdat ze de verplichtingen inzake taalbereidheid niet hadden nageleefd. Wegens blijvende tekortkoming kreeg een van deze huurders een administratieve boete opgelegd van 442 euro.
In de Commissie Wonen deze voormiddag onderschreef Vlaams minister Van den Bossche dit probleem ten volle: “Het klopt dat de taal- en inburgeringsbereidheid na 2 jaar wonen (proefperiode huurcontract van 2 jaar) vervuld moeten zijn. Drie maanden voor die 2 jaar moet blijken of de persoon in kwestie een taalcursus heeft gevolgd. Zo niet, volgt er een administratieve boete”, stelde de minister. Maar in de praktijk gebeurt dit vandaag onvoldoende. Boosdoener is de informatiegaring volgens de minister: “De Sociale Huisvestigingsmaatschappijen moeten gegevens kunnen putten uit de kruispuntbank. Het zijn de Huizen van het Nederlands die de nodige gegevens moeten invoeren, maar dat gebeurt te weinig en te traag.”
Volgens Homans ligt hier ook een grote verantwoordelijkheid weggelegd voor de huisvestingsmaatschappijen zelf. De bestaande reglementering laat immers toe dat zij zelf taaltesten afnemen. “Van mij moeten deze huurders geen boek van Hugo Claus - laat staan van Tom Lanoye - kunnen lezen. Maar ze moeten wel aan hun buren kunnen vragen wanneer het vuilnis moet worden buitengezet. Het klinkt misschien banaal, maar voor bewoners in sociale wooncomplexen kan het kunnen stellen van dergelijke vragen een belangrijk deel van de oplossing zijn voor de leefbaarheidsproblemen”, benadrukt Homans.
Naar aanleiding van de vraag van Homans beloofde de minister hierover ook overleg te plegen met Vlaams minister van Inburgering Geert Bourgeois.
Auteur(s): |
Contactinfo: |
Valerie Van Peel, N-VA Fractiesecretaris/woordvoerder Senaat |
Thema('s): |
