» Grondwettelijk Hof verwerpt beroep tegen voorrangsregeling Nederlandstalig onderwijs in Brussel

Grondwettelijk Hof verwerpt beroep tegen voorrangsregeling Nederlandstalig onderwijs in Brussel

klok 18 januari 2012

Het Grondwettelijk Hof heeft vandaag het beroep van de Franse Gemeenschapsregering tegen de nieuwe voorrangsregeling in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel verworpen.

Door de voorrangsregeling werd het aandeel van de plaatsen in het Nederlandstalig Brussels basisonderwijs die voorbehouden worden voor Nederlandstaligen, opgetrokken van 45 naar 55 procent. Het Lokaal Overlegplatform (LOP) kan dat aantal zelfs nog verhogen. Ouders die gebruik willen maken van de voorrangsregeling voor Nederlandstaligen, konden dit bovendien niet langer door een verklaring op eer dat thuis Nederlands wordt gesproken. Hiervoor moet men nu een duidelijk controleerbaar bewijs voorleggen. Dat kan met een diploma van een Nederlandstalige secundaire school, via een bewijs dat men 9 jaar Nederlandstalig onderwijs heeft gevolgd, of door het afleggen van een taaltest. Vaak werd immers al te creatief omgesprongen met deze verklaring op eer. Het systeem was allesbehalve sluitend, met misbruiken tot gevolg.

Tegen die bepalingen in Onderwijsdecreet XX stelde de Franse Gemeenschapsregering op 28 februari 2011 vernietigingsberoep in bij het Grondwettelijk Hof. Volgens haar zou de voorrangsregeling een extra last opleggen aan het Franstalig onderwijs. Het is inderdaad zo dat veel Franstalige en allochtone ouders hun kinderen naar het Nederlandstalig onderwijs sturen, ook al is de thuistaal niet het Nederlands.

Het Grondwettelijk Hof verwerpt nu de argumenten van de Franse Gemeenschapsregering:

  1. Allereerst bevestigt het arrest dat het Vlaams Parlement bevoegd is om voorrangsregels voor het Nederlandstalig onderwijs in Brussel uit te vaardigen.
  2. De voorrangsregeling is volgens het Grondwettelijk Hof ook niet in strijd met het grondwettelijk beginsel van de federale loyauteit. Het aantal beschikbare plaatsen in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel is beperkt, en dus mag het Vlaams Parlement voorrangsregels bepalen voor Nederlandstalige kinderen.
  3. De verschillende behandeling van kinderen die het gevolg is van de voorrangsregeling, tast volgens het Grondwettelijk Hof de keuzevrijheid van de ouders niet aan. De vrijheid houdt immers geen onvoorwaardelijk recht op inschrijving in de school van keuze in. 
  4. In het arrest staat voorts dat de voorrangsregeling het onderwijs regelt en niet het taalgebruik. Ze kan dan ook niet strijdig zijn met de grondwettelijke taalvrijheid.
  5. Ten slotte zegt het Grondwettelijk Hof dat het percentage van 55 niet onredelijk is, aangezien het aandeel van leerlingen uit Nederlandstalige gezinnen in de Nederlangstalige scholen in Brussel sterk gedaald is. In uitzonderlijke gevallen kan dat percentage zelfs nog opgetrokken worden.


Vera Celis (N-VA, commissie onderwijs) en Willy Segers (N-VA, commissie Brussel en Vlaamse Rand) die het dossier op de voet volgen, reageren alvast tevreden:

"De voorrangsregel garandeert kwaliteitsvol Nederlandstalig onderwijs in onze hoofdstad.”, aldus Vera Celis.
Willy Segers: "Op deze manier zorgen we voor een evenwichtige samenstelling van de klassen met voldoende Nederlandstaligen. Hopelijk vormt dit een signaal naar de Franse Gemeenschap om ook hun verantwoordelijkheid te nemen ivm schoolinfrastructuur en kwaliteitsvol onderwijs."

Contactinfo:

Ferry Comhair, woordvoerder N-VA fractie Vlaams Parlement
E-post: ferry.comhair@vlaamsparlement.be

Thema('s):
Print Share/Bookmark

Facebook           Youtube          Twitter     Linked in