Overheid moet obesitas anders aanpakken

Door Yoleen Van Camp op 22 november 2017, over deze onderwerpen: Gezondheidszorg, Artsen, Preventie
Man op weegschaal

“Mensen die te dik zijn en hun probleem in een vroeger stadium willen aanpakken, blijven momenteel in de kou staan”, zegt Kamerlid Yoleen Van Camp. “Het is de wereld op zijn kop dat mensen met overgewicht best hun probleem laten ontsporen tot ze effectief obesitas hebben, want pas dan krijgen ze steun van de overheid.” Voor minister De Block is de meerwaarde van diëtisten en psychologen niet duidelijk. Van Camp is het daar niet mee eens en ijvert voor een vroege eerstelijnsaanpak. Hoe vroeger obesitas wordt aangepakt, hoe hoger de slaagkans.

Een op de twee mensen in dit land is te dik en het aantal personen dat een ingreep ondergaat om te vermageren, stijgt pijlsnel. De kosten voor de belastingbetaler zijn navenant. De ziekteverzekering komt echter pas tussen als mensen een body mass index (BMI) hebben van 40 of meer en dat enkel voor chirurgische ingrepen, zoals een gastric bypass. Voorwaarde is dat een jaar diëten gefaald heeft, maar dat moet de patiënt zelf bekostigen en wordt in de praktijk nauwelijks gecontroleerd.

Inzetten op vroege aanpak

Ingrepen om te vermageren pakken echter de oorzaak niet aan, zoals vaak onderliggende psychologische problemen en slechte eet- en leefgewoonten. “Op die manier wordt de cruciale rol van de diëtisten en psychologen miskend”, betreurt Van Camp. Het Kamerlid vindt dat de overheid veel meer moet inzetten op een vroege aanpak, want uit onderzoek blijkt dat het meest succesvol.

Ondersteuning na vermageringsoperaties

Ook voor mensen die uiteindelijk een ingreep ondergaan, is de opvolging ondermaats. “De overheid houdt niet eens bij of de ingrepen ook effectief leiden tot het gewenste gewichtsverlies, terwijl uit recente studies blijkt dat 25 procent van de patiënten na een initieel gewichtsverlies uiteindelijk toch weer kilo’s aankomen. Ook na vermageringsoperaties zou ondersteuning door een diëtist en psycholoog terugbetaald moeten worden”, vindt Van Camp.

Totaaltraject is belangrijk

Vermageringsingrepen worden te vaak aanzien als een wondermiddel op zich, terwijl ze enkel zinvol zijn in een ruimer traject met ook aanpak van voeding, psychosociale begeleiding en beweging. Naast het opnemen van diëtisten en psychologen in een totaaltraject vindt ze het raadzaam om de huisarts expliciet een plaats te geven in het opvolgen van de patiënt. “Volgens minister De Block dreigt het budget te ontsporen als diëtisten terugbetaald worden maar dat is van de pot gerukt. Voor de 26,5 miljoen euro die in 2016 aan vermageringsingrepen werd besteed, kunnen een 2 miljoen consultaties bij de diëtist bekostigd worden”, besluit Van Camp.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is