27 juni 2011Al jarenlang horen we pakkende verhalen over homo’s die op straat worden nageroepen en zelfs fysiek worden aangepakt. Triest hoogtepunt is het zware incident waarbij enkele dagen geleden een jonge homo bijzonder agressief en zwaar werd aangepakt in de Brusselse uitgaansbuurt.
En het wordt niet graag gezegd, maar heel vaak komt de agressie van allochtone jongens, die op die manier uiting geven aan hun persoonlijke opvatting over homoseksualiteit. Uiteraard zijn er ook andere groepen die het moeilijk hebben met de maatschappelijke emancipatie van holebi’s in onze samenleving, maar in een overgrote meerderheid gaat het om allochtone jongens. Zeker in die gevallen waar de verbale agressie overgaat in het gebruik van fysiek geweld. Heel wat spreekkoren op voetbaltribunes zijn ook niet bepaald homovriendelijk, maar het vervolg op die spreekkoren is nooit een knokpartij waarbij homo’s het slachtoffer zijn. Daar blijft de sportieve tegenstander het geliefkoosde doelwit. Ook niet netjes, dat spreekt voor zich.
Ik geloof rotsvast in de vrijheid van meningsuiting. Mensen mogen over homoseksualiteit denken wat ze willen en ze mogen me dat ook zeggen. Ik zal mijn weerwoord geven en voor zover mijn gesprekspartner het toelaat, ben ik steeds bereid het gesprek op een beschaafde manier voort te zetten. Ik vind het echter al moeilijker als iemand zijn mening op agressieve, intimiderende en ronduit kwetsende manier uit. Opgestoken middenvingers, vulgaire scheldwoorden, een welgemikte rochel net voor de voeten, … allemaal niet prettig maar nu ook nog niet meteen een reden om een overvalwagen van de politie op te vorderen.
De grens wordt echter meteen en onbetwistbaar overschreden van zodra er fysiek geweld wordt gebruikt. Dat is nooit aanvaardbaar, nooit verschoonbaar. Een traditionele machocultuur, een opeenstapeling van gemiste kansen, een ontwrichte gezinsstructuur, groepsdruk, … kunnen nooit als verontschuldiging of zelfs maar als verzachtende omstandigheid worden ingeroepen. Wie dat toch doet minimaliseert de ernst van de feiten en ontneemt het slachtoffer nog eens een extra stukje eigenwaarde.
Rechten en vrijheden
Het is niet alleen de wettelijke, maar ook de morele plicht van de overheid om de vrijheden en rechten van al haar burgers effectief te beschermen. Daarbij hoort het recht van holebi’s om zich in het openbaar even vrij en ongedwongen te gedragen als hetero’s. Hand in hand lopen met een lief, het uitwisselen van een kus, een innige omhelzing … mogen nooit leiden tot het moeten incasseren van klappen.
Na een moeizame en geleidelijke juridische gelijkschakeling van holebi’s en hetero’s, botsen we vandaag helaas op een pijnlijke manier op de beperkingen van de maatschappelijke aanvaarding waarvan we dachten (of toch zeker hoopten) dat ze geen noemenswaardige problemen meer zou geven. Het homofobe karakter van een aanzienlijk aantal gewelddaden, maar ook de steeds terugkerende subtielere vormen van homofobie, maken duidelijk dat we er nog niet zijn. Een voorbeeld: vorige week zat er een politieman in het populaire programma Komen Eten en tijdens de voorstelling van zichzelf, zei hij ongegeneerd dat hij hoopte dat er geen homo in het groepje zou zitten, want daar had hij het toch zo niet op begrepen. Ga bij zo iemand eens aangifte doen van een homofoob geïnspireerde gewelddaad!
We zijn er nog niet
We moeten niet blind zijn voor de weg die is afgelegd, maar er is meer nodig. Op alle niveaus. Zo moet de politie meer nog dan vandaag duidelijk maken dat ze resoluut aan de kant van de slachtoffers staat. De allochtone gemeenschap moet indringender en resoluter aan jonge moslims duidelijk maken dat de normen en wetten in dit land homoseksualiteit evenwaardig aan heteroseksualiteit beschouwen en dat ze mogen denken wat ze willen, maar dat dit niet mag resulteren in het niet respecteren van de normen en wetten van het land. Ook in het onderwijs kan er meer gebeuren. Een correcte voorstelling van de reële diversiteit in de maatschappij is nog lang niet verworven.
Hetero zijn is geen verdienste. Homo zijn ook niet. Van mij hoeft dus niet iedere homo dagelijks luidkeels uit te roepen dat hij trots is homo te zijn. We moeten ons wel bewust zijn van het feit dat homo zijn haast elke dag terug een uitdaging is. Op vele vlakken. En laat ons er voor zorgen dat het zeker nooit terug iets wordt om beschaamd voor te zijn of te verbergen.
Auteur(s): |
Contactinfo: | piet [dot] debruyn [at] n-va [dot] be |
Thema('s): |
