6 november 2009Het zogenoemde decreet-Van Dijck op de onderwijsinspectie in de faciliteitengemeenten - onlangs goedgekeurd in het Vlaams Parlement - heeft volgens zeven PS-mandatarissen uit de Vlaamse rand 'enkel tot doel deze scholen onder druk te zetten en de faciliteiten terug te dringen' (DM 3/11). 'Vreemde hersenkronkel', aldus Kris Van Dijck.
Sinds wanneer is een controle op de kwaliteit van onderwijs gelijk aan het onder druk zetten van een school? Bedoelen de PS-mandatarissen in hun opiniestuk (DM 3/11) dan dat deze kinderen geen kwaliteit verdienen? Ik hoop te mogen aannemen van niet. Maar hoe dan ook slaan ze de bal compleet mis. Want waar gaat het nu werkelijk om?
Hoewel het legitiem is om aan te sturen op een wijziging van de grondwet, is ze vandaag wat ze is. Daar kan geen unitarist, federalist of separatist omheen. De grondwet legt de basisregels vast waarop de democratie in een land georganiseerd wordt. Dát negeren is staatsgevaarlijk. En toch stel ik vast dat het steevast de Franstaligen zijn die de basisregels van de grondwet met voeten treden, keer op keer bevoegdheden willen uitoefenen op andermans terrein. En als kers op de taart geen kans voorbij laten gaan om te pleiten voor een uitbreiding van "hun gebied". Wie is er dan staatsgevaarlijk?
Welnu, de grondwet bepaalt dat onderwijs een gemeenschapsbevoegdheid is. Uitgezonderd drie bepalingen die tot de bevoegdheid van de federale overheid behoren - de leerplichtleeftijd, de diploma-erkenning en de pensioenregeling - heeft de Vlaamse Gemeenschap dus volheid van bevoegdheid op haar grondgebied. Dit betekent echter ook dat niemand op een ander zijn grondgebied mag optreden. Die volheid van bevoegdheid is geen recht. Het is een plicht! En dus is het 'niet controleren van het door een gemeenschap gesubsidieerd en erkend onderwijs' niet minder dan plichtsverzuim. Dat wij Vlamingen daar al jaren verandering in willen brengen, verdient applaus. Geen boegeroep.
Toen ik las dat de PS'ers opriepen tot een onderhandelde oplossing als enige uitweg uit wat zij een conflict noemen, dacht ik: vreemd. Aangepord door het Vlaams Parlement hebben Vlaamse onderwijsministers meer dan twintig jaar geregeld aan hun deur gestaan met de vraag om tot een onderhandelde oplossing te komen. Maar ze kwamen stuk voor stuk van een kale reis thuis. Laat ons elkaar dus geen blaasjes wijsmaken. Het is persoonlijker dan dat. Hoe leg je anders uit dat de Franstaligen geen enkel probleem maken van de Franstalige scholen in Duitstalig België die door de Duitstalige Gemeenschap geïnspecteerd worden?
Waar is men eigenlijk bang voor? Dat zou blijken dat het onderricht van de taal van de gemeenschap waar de scholen zich bevinden, met name het Nederlands, maar navenant is? Of dat de kinderen zouden doorstromen naar het Nederlandstalig secundair onderwijs? Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat hier opnieuw een superioriteitsgevoel spreekt van 'La Francité' ten aanzien van de Nederlandse taal en cultuur.
Stellen dat het decreet snel, snel werd goedgekeurd zoals de opinieschrijvers doen, is de wereld op zijn kop. Tussen de stemming in de commissie en deze in de plenaire vergadering zaten door de obstructie van drie (!) Franstalige belangenconflicten twee kostbare jaren. Méér dan genoeg, vonden wij. Neen, beste PS-mandatarissen. Net de houding van de Franstaligen, zeker wanneer ze in Vlaanderen komen wonen en weinig of geen respect opbrengen voor onze taal en cultuur, zet het samenleven in dit land onder druk. Het is juist jullie handelen dat de roep om een autonoom Vlaanderen luider doet weerklinken.
Contactinfo: | kris [dot] vandijck [at] n-va [dot] be |
Thema('s): |
