Onwettige transfer Brusselse griffiers: N-VA vraagt onderzoek

Door Kristien Van Vaerenbergh op 1 juni 2015, over deze onderwerpen: Justitie, Gerechtelijke hervorming BHV
Onwettige transfer Brusselse griffiers: N-VA vraagt onderzoek

N-VA-Kamerlid Kristien Van Vaerenbergh wil dat de Hoge Raad voor de Justitie zich buigt over de onwettige transfer van in totaal zeven Brusselse griffiers  en medewerkers van de Nederlandstalige naar de Franstalige rechtbank. Zowel de procureur-generaal van Brussel als de minister van Justitie verklaarden zich onbevoegd. Van Vaerenbergh vraagt om dat definitief uit te klaren en passende maatregelen te nemen.

Begin april besliste de Franstalige voorzitter van het hof van beroep in Brussel om vijf griffiers en twee medewerkers van de Nederlandstalige naar de Franstalige rechtbank van eerste aanleg over te hevelen. Hij stoorde zich daarbij niet aan de onwettigheid van die maatregel, noch aan de negatieve adviezen van de voorzitter en de hoofdgriffier van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg. Beiden waarschuwden nochtans voor ernstige problemen. En terecht! Zo kan het parket van Halle-Vilvoorde zijn verstrengde vervolgingsbeleid niet langer uitvoeren. Extra zittingen zijn immers niet mogelijk door het gebrek aan personeel. En de Nederlandstalige griffie is voortaan alleen nog in de voormiddag open en telefonisch bereikbaar: opnieuw nadelig voor burgers én advocaten. Gerechtszaken zullen noodgedwongen ook uitgesteld worden, waardoor de gerechtelijke achterstand nog dreigt toe te nemen.

Schending taalwet

De genomen maatregel is onwettig, omdat die de taalverdeling op de Brusselse rechtbanken schendt. Volgens de taalwet van 1935 moet ieder personeelslid werken in de taal van zijn of haar diploma. Dat wil zeggen dat een Nederlandstalig personeelslid alleen maar kan werken op een Nederlandstalige of tweetalige rechtbank. Maar de vorige meerderheid heeft bij de zesde staatshervorming een uitzondering voorzien, om Nederlandstalige personeelsleden toch tijdelijk te laten werken op de nieuwe Franstalige rechtbank van eerste aanleg. “Een regeling die op zich al nadelig is voor de Nederlandstalige rechtszoekende”, aldus Van Vaerenbergh. “Maar de Franstalige voorzitter houdt zich niet aan de voorwaarden van die uitzondering. De overheveling is enkel mogelijk als er een overschot op de Nederlandstalige rechtbank is. Maar dat overschot is er niet. Integendeel, er is een ernstig tekort”, hekelt zij. Zo wordt ten slotte ook het personeel van die Nederlandstalige rechtbank benadeeld. Doordat het personeelstekort daar nu nog groter wordt, vergroot ook de werklast op de resterende werknemers. Waardoor uiteindelijk ook weer de rechtszoekende benadeeld wordt. Stel dat in die omstandigheden een personeelslid ziek wordt, dan dreigt de algehele schorsing van zittingen.

Procureur-generaal en minister onbevoegd

Van Vaerenbergh vroeg aan minister van Justitie Koen Geens (CD&V) om actie te ondernemen. Die nam zelf geen standpunt in door te verwijzen naar de scheiding der machten en maakte de zaak over aan de procureur-generaal van het arrondissement Brussel. Maar ook die antwoordde dat hij onbevoegd is. Daarom vraagt de N-VA nu een onderzoek door de Hoge Raad voor de Justitie. “In het belang van de Nederlandstalige rechtszoekende moeten we vermijden dat deze onwettige situatie blijft voortduren”, besluit een vastberaden Van Vaerenbergh.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is