Hoe het Vlaamse kringloopmodel Europa inspireert

Door Mark Demesmaeker op 27 maart 2017, over deze onderwerpen: Europees beleid, Leefmilieu, Afval
Afval

Europarlementslid Mark Demesmaeker is blij dat het Vlaamse recyclagemodel eindelijk ook Europa kan inspireren: "Dat kan ons milieu én onze economie enkel maar ten goede komen."

Het Europees Parlement heeft het licht op groen gezet voor een duurzaam afvalbeleid, dat de weg moet banen voor de omschakeling van een wegwerpmodel naar een écht kringloopmodel. Het storten van afval moet een uitzondering worden. Europa moet inzetten op minder afval, meer recyclage en hergebruik. Eindelijk. Als onderhandelaar voor de ECR De N-VA is lid van de Europese Conservatieven en Hervormers (ECR, European Conservatives and Reformists), een conservatieve, eurorealistische fractie in het Europees Parlement. De N-VA deelt hun realistische kijk op het Europese project en pleit eveneens voor een correcte en doorgedreven toepassing van het subsidiariteitsbeginsel. Zo moeten we ons durven afvragen of we bepaalde Europese initiatieven niet beter overlaten aan de lidstaten. De N-VA herkent zich ook in de klemtonen die de ECR legt op sociaal-economisch vlak. Sinds de verkiezingen van 2014 is de ECR de derde grootste fractie in het Europees Parlement. ECR-fractie ben ik nauw betrokken bij dit verhaal en bijzonder tevreden dat Vlaamse recepten mee aan de basis liggen van het vernieuwde Europese beleid. Inderdaad, het Vlaamse kringloopmodel inspireert Europa en dat kan ons milieu én onze economie enkel maar ten goede komen.

Vlaanderen is immers Europees gangmaker en pionier in de uitbouw van een kringloopeconomie. Het Vlaamse agentschap OVAM trekt daarvoor al jaren aan de kar en zorgde mee ervoor dat het Vlaamse afvalbeleid werd omgevormd tot een duurzaam materialenbeleid. De omschakeling naar een kringloopeconomie is ook een prioriteit in de Visie 2050 van de Vlaamse Regering.

Meer dan een milieudossier

Essentieel daarbij is het besef en de erkenning dat dit niet alleen een milieudossier is, maar een breder economisch verhaal omvat, noodzakelijk om onze competitiviteit, welvaart en welzijn op lange termijn te verzekeren. Waarom? De EU is erg afhankelijk van derde landen voor de invoer van grondstoffen. Daarvan dreigen er vele op relatief korte termijn uitgeput te raken. Toch springen wij bijzonder slordig om met grondstoffen: iedere Europese burger produceert jaarlijks ongeveer vijf ton afval, het gewicht van een volwassen Afrikaanse olifant. Daarvan recycleren we in de EU gemiddeld 44 procent. Ruim onvoldoende. Onze afvalberg groeit en de kostbare grondstoffen verdwijnen, in een derde van de gevallen zelfs nog letterlijk onder de grond. Bovendien zijn er enorm grote verschillen tussen de lidstaten: sommige landen recycleren nauwelijks en storten nog steeds meer dan 75 procent van hun huishoudelijk afval. We moeten die vicieuze cirkel doorbreken en resoluut inzetten op een kringloopeconomie, waarbij we waardevolle grondstoffen terugwinnen.

Wereldwijd toonaangevend

Het werk dat Vlaanderen verzet heeft, ging niet onopgemerkt voorbij. De Verenigde Naties erkenden in 2015 de Vlaamse aanpak op het vlak van afvalverwerking als wereldwijd beste praktijk. Ook in Europa zijn de ogen op Vlaanderen gericht. In het Europees Parlement nam ik al enkele keren Europarlementsleden mee op sleeptouw, zodat ze onze aanpak leren kennen. Met succes. Binnenkort bezoeken we opnieuw een aantal Vlaamse kringlooptoppers, en dat op expliciete vraag van buitenlandse collega's die bijzonder warm lopen voor de Vlaamse benadering.

Sinds 2005 is het volume van huishoudelijk afval in Vlaanderen met 14 procent verminderd (of 77 kg per persoon), tot 468 kg per persoon per jaar. Zeventig procent van ons stedelijk afval wordt vandaag al gerecycleerd, hergebruikt of gecomposteerd. Dat is de doelstelling die we voor Europa graag in 2030 behaald zien. De doelstelling om het restafval van huishoudens te beperken tot 150 kg per persoon is al behaald: in 2015 klokten we af op 141 kg per persoon. Preventie, selectieve inzameling en de toepassing van het 'vervuiler betaalt'-principe spelen daarbij een belangrijke rol.

In Vlaanderen beseffen we bovendien goed dat beter recycleren weliswaar noodzakelijk is, maar op zich onvoldoende voor een omschakeling naar een échte kringloopeconomie. Precies daarom werd in Vlaanderen in de schoot van OVAM 'Plan C' opgericht, een hub die de circulaire toekomst mee vorm moet geven. De naam 'Plan C' mag je vrij letterlijk nemen: we hebben een Plan C nodig aangezien Plan A (business as usual) en plan B (beter recycleren) niet volstaan. Wie een echte kringloopeconomie wil uitbouwen, moet effectief inzetten op minder afval, meer hergebruik en het sluiten van kringlopen door innovatieve bedrijfsmodellen te ontwikkelen.

Ook jobcreatie

Vlaanderen heeft tal van beste praktijken die ook in andere Europese lidstaten kunnen worden toegepast. Ons kringwinkelconcept is daarvan een uitstekend voorbeeld. Hergebruik is een krachtig instrument om afval te verminderen. Bovendien zijn onze kringwinkels niet alleen goed voor het milieu, maar creëren ze ook jobs. Maar liefst 5,6 miljoen mensen bezochten in 2015 de Vlaamse kringwinkels, waardoor het vooropgestelde doel van 5 kg hergebruik per persoon ruimschoots werd gehaald. Tegen 2022 willen we het streefdoel van 7 kg realiseren. Ook voor het verminderen van voedselafval heeft Vlaanderen al initiatieven genomen. Een heus ketenoverleg werd opgezet met de bedoeling afval doorheen de hele keten, van boer tot bord, tegen 2020 met 15 procent te verminderen. Daarnaast ontwikkelde Vlaanderen innovatieve methoden voor de valorisatie van biologisch afval en draagt de promotie van thuis composteren en kringlooptuinieren (35 procent van de Vlamingen doet mee!), bij tot het voorkomen van afval.

Ook op het vlak van nieuwe productie- en consumptiemethoden en bedrijfsmodellen zijn er tal van mooie praktijkvoorbeelden. Denk maar aan Ecover, dat een fles creëerde uit oceaanplastic en zo het belang van een duurzaam productontwerp stevig in de verf zet. Tegelijk slagen ze als relatief kleine speler erin om mee oplossingen te bedenken voor het probleem van de 'plastic soep' in onze oceanen en verhogen ze de druk op andere grote verpakkingsspelers. Een ander voorbeeld is het PVC-bedrijf Deceuninck uit Diksmuide, dat sinds 2012 afgedankte raamprofielen recycleert tot secundaire grondstof. Ook zijn er meer en meer initiatieven waarbij consumenten evolueren naar gebruikers van diensten. Denk maar aan pay-per-luxprojecten, waarbij de gebruiker alleen voor de werkelijk verbruikte hoeveelheid licht betaalt en geen eigenaar van de verlichtingsinstallatie zelf is.

Kortom, afval is goud waard. Heel wat stakeholders en bedrijven hebben dit al goed begrepen. Hopelijk volgen de politieke leiders ook. Het traject dat wij in Vlaanderen de voorbije twintig jaar hebben afgelegd, sterkt me in de overtuiging dat EU-lidstaten die nu nog achterop hinken een snelle inhaalbeweging kunnen maken. Mits de nodige politieke wil.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is