22 oktober 2009"Een belediging", "een kaakslag", "een provocatie","een catastrofe", "een aantasting van de rechten van de Franstaligen", het was weer een en al verontwaardiging omdat het Vlaams Parlement besliste de bevoegdheden, die Vlaanderen grondwettelijk bezit, ook gewoon uit te oefenen.
Vroeger deed men lacherig over het zogenaamde "kaakslag-flamingantisme", maar er bestaat nu zeker een "kaakslag-franskiljonisme". CDH-voorzitster Joëlle Milquet en haar minister van Franstalig Onderwijs Marie-Dominique Simonet zijn daar de vaandeldragers van en volgen het gehuil van MR, FDF en PS.
De Franstaligen zullen het ooit wel leren. Onderwijs in Vlaamse gemeenten – ook als dat Franstalig onderwijs is – is een bevoegdheid van de Vlaamse gemeenschap. Dat werd unaniem gestemd in het Vlaams Parlement, uitgezonderd natuurlijk Christian Van Eycken van de Union Francofone.
De Franstalige Brusselaars werden ‘in snelheid gepakt’ en kennelijk dus helemaal verrast door het Vlaams Parlement. Dat parlement heeft het aangedurfd niet te wachten op een vierde belangenconflict van het Brussels parlement. Wat hadden de Vlaamse parlementsleden moeten doen? Zeggen aan onze Franstalige broeders: pas op hoor, word wakker, haal maar het volgende belangenconflict uit de kast om Vlaanderen te koeioneren op een terrein waar de Franstaligen gewoon niets te zeggen hebben? Hadden we dat blokkeringsspelletje ook nog met de Francofone Brusselaars moeten afspreken, zoals het blokkeren van de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde door de federale regering wordt afgesproken met de Duitstalige gemeenschap?
Welke mensenrechten worden nu weer geschonden? Vlaanderen – dus de Vlaamse belastingbetaler - financiert volledig het onderwijs in het Vlaamse landsgedeelte, dus ook het Franstalig onderwijs in de faciliteitengemeenten. Vlaanderen is dus ook verantwoordelijk voor de inspectie op dat onderwijs.
Met dit decreet slaagt de N-VA - die aan de basis lag - erin om de kwaliteit van dit Vlaamse Franstalige onderwijs te waarborgen, zoals dit gebeurt voor alle andere kinderen die in Vlaanderen wonen. Tot nu had de Vlaamse overheid geen enkel zicht op die kwaliteit. Dat was eigenlijk een discriminatie. Door dit decreet worden alle kinderen in het basisonderwijs gelijk behandeld, ook zij die in de Vlaamse faciliteitengemeenten Franstalig onderwijs volgen. De Vlaamse gemeenschap trekt zich niet terug, zoals de Franstaligen dat in Komen wel deden. Welke rechten kunnen daar nu mee geschonden zijn? Is een betere garantie voor kwaliteit in het onderwijs zo bedreigend?
Ik ben bijzonder opgetogen dat het decreet nu gestemd is met unanieme Vlaamse steun. Toen mijn voorstel van decreet eind 2007 werd goedgekeurd in de Commissie Onderwijs van het Vlaams Parlement, schreeuwden de Francofonen moord en brand en begon er een carrousel van belangenconflicten. Drie keer al: eerst door de Franse gemeenschap, vervolgens de CoCoF ( de Franse gemeenschapscommissie van het Brussels parlement) en tenslotte het Waals parlement. Dit keer hebben we niet gewacht op een vierde koeioneertruc. Het heeft nu echt wel lang genoeg geduurd.
De Francofonen kondigen aan naar het Grondwettelijk Hof te stappen. Daar hebben we geen enkel probleem mee. Voor de N-VA was het gebruik van belangenconflicten een misbruik. Als er een conflict zou kunnen zijn dan is het een grondwettelijk conflict. Wij passen de grondwet toe. Als men dat anders wil interpreteren, dan dient daar inderdaad het Grondwettelijk Hof voor.
De Franstaligen zullen het ooit nog wel eens door hebben dat Vlaanderen zijn bevoegdheden optimaal wil gebruiken en niet wil overlaten aan wie daar niet bevoegd voor is. Ze zijn dat misschien nog niet gewoon, maar ze kunnen alvast wennen aan de idee.
Contactinfo: | kris [dot] vandijck [at] n-va [dot] be |
Thema('s): |
