26 juni 2007Zal het de federale wetenschappelijke instellingen vergaan zoals de vroegere vijf nationale sectoren? Een na een gingen ze - zoals kolen en staal – roemloos ten onder of werden door de regio’s ingepalmd. Het verschil met de federale wetenschappelijke instellingen, waartoe de Nationale Plantentuin van Meise voorlopig nog behoort, is dat de nationale sectoren tamelijk ordentelijk werden ontmanteld. Er kwam zelfs een Fonds voor de Herstructurering van de Nationale Sectoren aan te pas. De Plantentuin daarentegen moet een dergelijke aanpak ontberen en nochtans verdient hij, om tal van redenen, evenveel aandacht.
Instortende serres na een zwaar onweer is geen plots probleem, de Plantentuin staat al jaren te verkommeren en alhoewel een federale instelling, is hij eerder een twistappel dan een federaal symbool.
Franstalige onwil
Over de wetenschappelijke waarde van Meise bestaat geen discussie, de verzameling is uniek. Op 92 hectaren weelderig groen, op een boogscheut van Brussel, leven in gigantische serres 18.000 verschillende plantensoorten afkomstig uit heel de wereld maar met bijzondere aandacht voor Centraal-Afrika. Alles samen zorgen 4 miljoen planten er voor dat de collectie van Meise tot de wereldtop behoort.
In weerwil van deze vermaardheid stort dit botanische erfgoed serre na serre in elkaar. ‘Van onwil tot onkruid’ kopte De Standaard (21 juni) nadat directeur Jan Rammelo zijn jammerklacht naar de media had gestuurd. Hij herhaalde daarbij wat hij drie jaar geleden al had uitgebazuind toen een collectieserre met tropische orchideeën was gesneuveld. Verleden week moest opnieuw een serre gesloten worden, nu deze van de marantaceeën, een bodembedekker uit de tropische regenwouden. En twee dagen later vonden ze naast de vleugel van het herbariumgebouw een stuk van de muurbekleding, ongeveer 350 kg zwaar, dat van tien meter hoog naar beneden gevallen was.
Onwil, omdat de Franstalige gemeenschapsregering die - na de overdracht van de Nationale Plantentuin aan de Vlaamse gemeenschap bij het Lambermontakkoord van 2001 - een overeengekomen samenwerkingsakkoord verzuimt goed te keuren. Vooral het statuut van het Franstalige wetenschappelijk personeel zou onverteerbaar zijn.
Parbleu!
Sinds eind vorig jaar werden de gesprekken over een akkoord tussen de gemeenschappen hervat en toen zag het er naar uit dat een vergelijk nabij was. Op 26 april jl. hadden Vlaams minister-president Yves Leterme en zijn Waalse tegenhanger Marie Arena (PS) hun handtekening onder het akkoord moeten zetten, maar mevrouw Arena vond de tijd nog niet rijp. Wellicht omdat ze als Franstalige de verkiezingen van 10 juni geen geschikte periode vond om een ‘Belgisch’ symbool uit handen te geven. Aan de Vlaamse gemeenschap nog wel, parbleu!
In het Vlaamse parlement heb ik de minister-president daarover aangesproken. De Vlaamse ministers, die bij het dossier betrokken zijn, willen vooruit en hebben opnieuw geld veil voor dringend onderhoud en verwarming zodat de teloorgang van de botanische schat voorkomen kan worden. Maar de tijd dringt, ook voor het wetenschappelijke werk. Meise heeft internationale verplichtingen o.m. aangaande beheer en kennis van de botanische diversiteit.
Politiek fatsoen
Nu begrijp ik best dat de Franstaligen het moeilijk hebben om de Nationale Plantentuin uit handen te geven. Toen de instelling na 1830 ‘Belgisch’ werd, werd de Nederlandse benaming Koninklijke maatschappij van kruid-, bloem- en boomkwekerijen der Nederlanden gretig geschrapt en prompt vervangen door Société d’ Horticulture de Belgique. Zoveel staatshervormingen later kwam ook de regionalisering van het ministerie van Landbouw aan de beurt en werd de Plantentuin van Meise aan de Vlaamse gemeenschap toegewezen. Niet zomaar, maar via het wederzijds gesloten Lambermontakkoord. Een overeenkomst waarin een plaats voor het Franstalige wetenschappelijk personeel voorzien is. Dit honoreren is niet meer dan politiek fatsoen. Daar nú moeilijk over doen, heb ik in mijn parlementaire tussenkomst aangeklaagd. De minister-president trad bij in volgende zin: “Diegenen die altijd hoog opgeven van La Belgique en de federale loyaliteit, hebben echter tot nu toe het initiatief niet genomen om een essentieel onderdeel van die federale loyaliteit na te komen, namelijk het uitvoeren van gemaakte afspraken.”
Geen pasmunt!
Wat Vlaanderen zeker moet voorkomen, ik heb er al eerder voor gewaarschuwd, is dat bij komende communautaire onderhandelingen de Plantentuin van Meise op de tafel komt als pasmunt voor een of andere Vlaamse eis.
De ministers Peeters, Moerman, Van Mechelen en Bourgeois die tot vandaag namens de Vlaamse overheid als zaakwaarnemer de Plantentuin beheren, moeten los van communautaire druk of opbod hun geplande beleid verder uitbouwen. Meise, dat deel uitmaakt van de Vlaamse groene gordel rond Brussel, is naast een wetenschappelijke instelling van wereldformaat ook een troef voor natuur- en recreatiebeleving.
De Plantentuin blijft, samen met andere steunpunten, de charme van de Vlaamse Rand vormen.
Auteur(s): |
Contactinfo: | mark [dot] demesmaeker [at] n-va [dot] be |
Thema('s): |
