» Albert én Guy, België op krukken

Albert én Guy, België op krukken

klok 3 februari 2006

Na het horen van de koninklijke toespraak schoot mij een citaat in het hoofd bedacht door Wieslaw Brudzinsky, een om zijn puntige aforismen bekende Pool: “Of de koning nu van woede of van angst beeft, de troon wankelt op dezelfde manier.” De uitspraak is perfect toepasbaar op België. Er klonk inderdaad woede en angst in de woorden van Albert II. Zo probeerde hij indruk te maken op zijn genodigden, hij wilde laten zien dat hij nog steeds de chef van dit land is.

Anachronistische toespraak
Alles wat door de vorst publiekelijk gezegd wordt, is vooraf met de premier overlegd en ook door hem goedgekeurd. Nu reeds de derde keer op rij klinkt in de koninklijke toespraak de communautaire stem van Verhofstadt door. Terecht merkte Bart Eeckhout dan ook op dat onder Verhofstadt de koning verworden is “tot een soort sandwichman van paars.” (De Morgen, 1 febr.)
Maar de troon wankelt niet voor Albert alleen, ook Verhofstadt is er niet gerust in. Het is alsof beiden elkaar in hun wederzijdse miserie gevonden hebben. België op krukken, Albert én Guy.
Er zijn bij de toespraak van Albert velerlei bedenkingen gemaakt, de kranten staan er reeds dagen bol van. Ik zet er de mijne naast.
Albert noemt separatisme anachronistisch. Waaruit hij besluit dat België nog wél van deze tijd is. Dat gelooft toch geen mens meer! In die zin is de toespraak van Albert een voorbeeld van… anachronisme. Dat de man de verschillen in beleid en het bestaan van geldoverdrachten (transfers) tussen de gewesten erkent, is een vooruitgang. Maar in dezelfde zin zeggen dat de oplossing voor de communautaire problemen niet ligt in “een in zichzelf keren van elk gewest, ook niet in het ontwikkelen van een subnationalisme, en evenmin in het openlijk of omfloerst separatisme” is een karikatuur maken van de realiteit.

Onterechte waarschuwingen
Dat transfers zich ook in andere landen voordoen, is nog geen reden om te aanvaarden dat ze in België structureel, ondoorzichtig, ongecontroleerd en onverantwoord zijn. Dat de gewesten op zichzelf terugplooien is, zeker wat Vlaanderen betreft, onjuist. Meer dan ooit zetten wij de deuren wagenwijd. Onze regio voert een buitenlands beleid, doet aan ontwikkelingssamenwerking, brengt onze kunststeden toeristisch buitengaats en zorgt ervoor dat de Vlaamse gemeenschap op de fora van de EU aanwezig is. Vlamingen hoeven echt geen Belgische vlag (meer) om wereldburgers te zijn. Even onzinnig is de waarschuwing voor subnationalisme, wij hoeven dergelijk surrogaat niet. Onze nationaliteit is de Vlaamse, altijd geweest trouwens.
Bovendien weet Albert II wat Jules Destrée in 1912 aan zijn grootvader, Albert I, heeft geschreven. “Sire, er zijn geen Belgen…” Separatisme zou, aldus Albert én Verhofstadt, duur en rampzalig zijn. Maar is dit wel zo? Voorbeelden uit het recente verleden spreken dit tegen. Ik denk aan ‘de fluwelen scheiding’ tussen Tsjechië en Slovakije, beide regio’s zijn er sindsdien sociaal-economisch beter van geworden. Ik denk ook aan de Baltische landen die zich, na de afsplitsing van de Sovjetunie, tot zelfbewuste en welvarende staten ontwikkelen. Bovendien - en dat las de koninklijke influisteraar ook in Het Laatste Nieuws (3 dec. 2005) - blijkt uit De Stemmenkampioen dat een meerderheid van Vlamingen geen moeite heeft met een Belgische boedelscheiding. Eerder dan van Vlaanderen en Wallonië onafhankelijke staten te maken, is België in stand houden een anachronisme. En wat de internationale rol van Brussel betreft, weet Albert dat Brussel zijn taak van federale hoofdstad niet aankan. Er was een klacht van de N-VA bij de Commissie Openbaarheid van Bestuur nodig eer Brussels minister-president Charles Piqué het taalrapport van de vice-gouverneur bekend wilde maken. En wat blijkt? De taalwetten worden door de Brusselse overheden nog steeds schaamteloos met voeten getreden. Moeten de Vlamingen deze vernederingen blijven slikken in functie van de internationale rol van Brussel?

In de voet geschoten
Tweede kruk: Verhofstadt. Zijn federale regering is zo dood als wat. De trucage met de zogezegd sluitende begrotingen, het gefoefel met de stookolielening, de fratsen van minister Flahaut, enz… Het loopt de spuigaten uit met paars. Terecht schrijft Rik Van Cauwelaert: “Eigenlijk wordt dit land niet meer geregeerd.” (Knack, 1 febr.) Maar hoe hervorm je deze nepstaat grondig? Onder druk van het koningsincident lichtte Verhofstadt dezer dagen een tip van de sluier.
Voorzichtig, om zich in Laken niet té belachelijk te maken. Met de koninklijke waarschuwing in de hand hoopt hij de verdere staatshervorming te beïnvloeden met de bedoeling ze af te remmen. Maar Verhofstadt moet weten dat hij zich deerlijk in de voet heeft geschoten. En meteen ook de koning getroffen heeft door de bevolking tegen Albert in het harnas te jagen. Dat blijkt uit de mand lezersbrieven die Het Laatste Nieuws (2 febr.) zo samenvat: “Staatshoofd mag alleen nog protocollaire functie hebben.”

Het verhoopte debat
Het is duidelijk dat steeds minder mensen de aanmatigende toon pikken van een door erfopvolging aangeduide machthebber. Daarom ook heb ik in de Kamer van Volksvertegenwoordigers het voortouw genomen en een voorstel ingediend om de politieke macht van de koning af te schaffen.
De N-VA weet dat een Vlaamse republiek niet voor morgen is maar voor een open debat over de monarchie is de tijd nu echt wel rijp. Niet minder dan 36 grondwetsartikelen hebben in meerdere of in mindere mate betrekking op de staatkundige rol van de monarchie. Ik vraag dat ze allen worden herzien.
Ondertussen dragen ook andere partijen voorstellen aan om de macht van de monarchie in te perken. Dit verheugt mij. Dat nu “ook de Franstaligen daar al wat meer toe geneigd zijn.” (De Standaard, 2 febr.) kan het verhoopte debat alleen maar vooruit helpen!


Contactinfo:

patrick [dot] degroote [at] n-va [dot] be

Thema('s):
Print Share/Bookmark

Facebook           Youtube          Twitter     Linked in