Feit of fictie

Is het aantal klanten van De Lijn gedaald?

Is het aantal klanten van De Lijn gedaald?

In het financiële maandblad MoneyTalk hekelt Joris Vandenbroucke, voorzitter van de sp.a-fractie in het Vlaams Parlement, de jaarlijkse tariefaanpassing van De Lijn. Vanaf februari worden de prijzen van een aantal formules verhoogd. Dat resulteert in een stijging van gemiddeld 2,5 procent: “een normale indexering”, benadrukt Vlaams minister van Mobiliteit Ben Weyts. Maar Vandenbroucke ziet dat duidelijk anders: "Duurder openbaar vervoer, is dat de oplossing van minister Weyts om de uit de hand lopende fileproblemen in Vlaanderen op te lossen? Sinds zijn aantreden zijn de files er alleen maar langer op geworden en is het aantal klanten van De Lijn gedaald."

Maar klopt die laatste bewering wel? De beschikbare cijfers lijken de man in eerste instantie gelijk te geven. Zo neemt het totale aantal reizigers inderdaad af, van 390 miljoen in 2015 tot 382 miljoen dit jaar: een daling van 2,1 procent. Wanneer we die reizigerstotalen echter ontleden en hun samenstelling nader bekijken, vallen ons toch enkele ongerijmdheden op. Zo stijgt het aantal verkochte biljetten en Lijnkaarten in diezelfde periode met 2,51 procent, terwijl ook het aantal abonnementen met 2,85 procent toeneemt. Vanwaar dan toch die daling?

Incorrect
over deze onderwerpen: 
Mobiliteit, Openbaar vervoer, De Lijn

Het aantal reële klanten van De Lijn is vandaag net aan het stijgen, de fictieve gaan eruit

De grootste daling in het reizigersaantal - bijna zestig procent - vinden we onder de noemer ‘Tussenkomst Derden’. Dat zijn de gratis abonnementen die in het verleden zo gul werden uitgedeeld, met name door socialistische burgemeesters. Die sinterklaasgeschenken kwamen ook goed van pas om de reizigersaantallen kunstmatig hoog te houden.

In dat verband is het trouwens goed om te weten dat De Lijn het aantal reizigers tot op vandaag niet nauwkeurig registreert. Naast af en toe een beperkte reële telling vertrekt de vervoermaatschappij grotendeels van forfaitaire tellingen en schattingen. Zo worden abonnees geacht 90 keer per maand op een bus of tram te springen in stedelijk gebied en 52 keer per maand in een meer landelijk gebied: royale cijfers voor betalende abonnees, maar zeker en vast ook voor de begunstigden van de socialistische gratispolitiek. Door die manier van tellen werden de reizigersaantallen jarenlang gepimpt. Hoeveel van het vroegere half miljard reizigers maakten echt gebruik van het openbaar vervoer? En hoeveel waren louter klanten op papier? Niemand die het met zekerheid kan zeggen. Feit is wel dat met de daling van het aantal gratis abonnementen ook het aantal fictieve reizigers afneemt.

In 2018 moet het zogenoemde ReTiBo-systeem (Registratie-, Ticketing- en Boordcomputer) eindelijk uitsluitsel brengen. Dat nieuwe systeem laat immers toe om iedereen met een MOBIB-kaart, het nieuwe elektronische vervoerbewijs, te registreren. Zo weet De Lijn exact hoeveel reizigers ze vervoert. En belangrijker nog: waar en wanneer die reizigers precies gebruikmaken van het openbaar vervoer. Bovendien kan het vervoerbedrijf zo eindelijk ook de fictieve reizigers op accurate wijze eruit filteren.

In afwachting hebben wij alvast redenen te over om aan te nemen dat de effectieve reizigersaantallen vandaag net aan het stijgen zijn. Kijk alleen al naar de toename van het aantal betalende reizigers met drie procent. En sinds het laatste Onderzoek Verplaatsingsgedrag blijkt het aandeel van de auto in onze woon-werkverplaatsingen met 2,8 procent gedaald ten voordele van de fiets en het openbaar vervoer. Zo is het aandeel van de fiets met ruim twee procent gestegen. En ook het openbaar vervoer kent voor de allereerste keer een voorzichtige maar duidelijke stijging van een halve procent. Niet onder socialistisch sinterklaasbeleid, maar wel onder het beleid van onze N-VA-minister Ben Weyts, die volop inzet op een betaalbaar, vraaggericht en kwaliteitsvol openbaar vervoer. De Lijn 2.0 dus, klaar voor de toekomst.

In De Zevende Dag diende Vlaams Parlementslid Annick De Ridder de sp.a eerder al van repliek. Bekijk dat debat hier. (10:51)

Is de pensioenhervorming van deze regering vrouwonvriendelijk?

Is de pensioenhervorming van deze regering vrouwonvriendelijk?

Volgens Groen benadeelt de pensioenhervorming van deze regering vrouwen. Zo zou de afschaffing van het ongemotiveerde tijdskrediet vooral vrouwen treffen, omdat zij meer gebruikmaakten van dat systeem. Door zwangerschapsverlof en de zorg voor de kinderen hebben veel vrouwen bovendien onvolledige loopbanen.

Niemand zal ontkennen dat vrouwelijke gepensioneerden vandaag beduidend slechter af zijn dan mannen, net omwille van een aantal maatschappelijke keuzes in het verleden die ervoor gezorgd hebben dat zij minder actief waren op de arbeidsmarkt en dus minder pensioenrechten konden opbouwen. En net daarom blijft de N-VA ernaar streven om de zogenoemde pensioensplit in te voeren, waarbij pensioenrechten tussen gehuwden of samenwonenden gelijk verdeeld worden in geval van een scheiding.

Maar evengoed is het zo dat de genderkloof in de pensioenen vermindert en dat de armoede bij ouderen in dalende lijn is.

Incorrect
over deze onderwerpen: 
Pensioenen, Gelijke kansen

De genderkloof in de pensioenen vermindert net dankzij de nieuwe pensioenmaatregelen

De analyses van zowel de Studiecommissie voor de Vergrijzing als het Federaal Planbureau bewijzen dat de pensioenmaatregelen van de regering zorgen voor betere pensioenen en minder ongelijkheid. Voor het eerst ligt het armoederisico bij ouderen zelfs lager dan voor de bevolking in het algemeen. Een belangrijke factor die bijdraagt tot die verandering is het feit dat meer vrouwen actief zijn op de arbeidsmarkt.

Tijdens de jongste begrotingscontrole besliste de regering om de gelijkstelling van langdurige werkloosheid en brugpensioen in de pensioenopbouw te verminderen. Voortaan gebeurt die niet meer op basis van het laatste loon maar van het minimumbedrag. Die maatregel is echter niet in het nadeel van vrouwen. Brugpensioen en werkloosheid maken immers 17 procent uit van de gemiddelde loopbaan van een mannelijke gepensioneerde, tegenover slechts 12 procent bij vrouwen.

Het ongemotiveerde tijdskrediet verdwijnt inderdaad, maar het gemotiveerde tijdskrediet wordt juist uitgebreid. Wie tijdskrediet neemt om zorg te kunnen bieden, zal dus langer van een gelijkstelling in zijn of haar pensioen kunnen genieten. Meer dan terecht, en net in het voordeel van de vrouwen.

België is en blijft een zeer herverdelend land. Boven een loon van ongeveer 53.000 euro bruto bouwen we zelf geen rechten meer op en zijn we alvast op het vlak van pensioenen integraal ‘solidair’. En tegelijk zou onze overheid periodes van brugpensioen en langdurige werkloosheid ook nog eens moeten behandelen alsof we gewoon zijn blijven doorwerken en sociale bijdragen zijn blijven betalen? Op die manier moet het niet verbazen dat er alleen in Griekenland en Italië kortere actieve carrières zijn dan in België.

De N-VA wil dat er opnieuw een sterkere band komt tussen bijdragen en uitkeringen. Ook op het vlak van pensioenen moet werken weer lonend worden, voor mannen én vrouwen. Daarom hebben we ook ervoor gekozen om iets extra te doen voor wie een minimumpensioen heeft na een volledige loopbaan van 45 jaar. Volgens de vakbonden zouden vooral de vrouwen daardoor uit de boot vallen. Maar wat blijkt: in het werknemersstelsel gaat het over 52.387 vrouwen en 23.644 mannen die van de verhoging genieten. Dat zijn dus méér dan dubbel zoveel vrouwen als mannen!

Feit of fictie: Is de Vlaamse handel met Canada vergelijkbaar met die met landen als Togo en Nigeria?

Is de Vlaamse handel met Canada vergelijkbaar met die met landen als Togo en Nigeria?

In het actualiteitenprogramma De Afspraak op Canvas relativeert Vlaams Parlementslid Bruno Tobback (sp.a) het belang van een Handelsakkoord Een akkoord tussen twee of meer landen of regio’s, ter bevordering van de wederzijdse handelsstromen en vrijhandel. Daarin maken zij basisafspraken over de markttoegang en het wegwerken van handelsbarrières. In meer complexe handelsakkoorden wordt niet alleen onderhandeld over die handelsvoorwaarden zelf, maar bijvoorbeeld ook over een gemeenschappelijke markt of over investeringen. Sinds het Verdrag van Lissabon, dat eind 2009 in werking trad, is het onderhandelen en afsluiten van handelsakkoorden met partijen van buiten de EU een exclusieve bevoegdheid van de Europese Unie. handelsakkoord met Canada. "De handel tussen Vlaanderen en Canada schijnt geweldig belangrijk te zijn. Ik heb de omvang ervan eens opgezocht. Die is vergelijkbaar met de handel die Vlaanderen drijft met landen als Togo en Nigeria. Met andere woorden: of dat verdrag er nu al dan niet komt, of een paar maanden later, is eigenlijk ook voor de Vlaamse economie echt geen drama zoals sommigen ervan willen maken.”

Tobback heeft gelijk dat de handel tussen Vlaanderen en Canada vergelijkbaar is met die met de West-Afrikaanse landen die hij aanhaalt. Hij vergeet echter erbij te vertellen dat die landen vandaag bekendstaan als echte groeimarkten, met name voor de farmaceutische industrie: een sector die samen met de chemische nijverheid in 2015 goed was voor bijna een kwart van de totale Vlaamse export. Net daarom zal Vlaanderen zijn aanwezigheid in die regio verder versterken met de opening van een nieuw kantoor van Flanders Investment and Trade (FIT) in Lagos, het grootste economische centrum van Nigeria. Om maar te zeggen: die landen stellen als handelspartner heus niet niks voor, ook al lijkt Tobback dat wel te suggereren.

Veel erger is dat Tobback ook het punt van een vrijhandelsverdrag als CETA compleet lijkt te missen. En dat is: de handel binnen een Canadees-Europese vrijhandelszone te stimuleren en te vergroten. In die context is het toekomstige groeipotentieel van onze handel met Canada oneindig veel belangrijker dan de actuele omvang ervan. En dat groeipotentieel is reëel.

Correct
over deze onderwerpen: 
Buitenlandse handel / handelsmissies

Die vergelijking gaat zeker op, maar al deze landen zijn wel groeimarkten voor onze export

Vandaag is Canada de 25ste exportbestemming van Vlaanderen. Onze bedrijven voerden vorig jaar voor 1,75 miljard aan goederen uit naar dat land. De helft daarvan komt op conto van de chemische en farmaceutische sector, die in 2015 opnieuw met voorsprong de lijst met Vlaamse exportsectoren aanvoerde. Daarnaast verleenden Vlaamse bedrijven voor meer dan 400 miljoen euro diensten aan Canada.

Als zesde grootste exporteur binnen de EU is export voor Vlaanderen heel belangrijk. Onze exportcijfers tonen de laatste jaren een stijgende curve. Om die groei aan te houden en te verhogen, moet CETA er nu juist wél komen. Door zoveel mogelijk handelsbelemmeringen met Canada weg te werken, stimuleert CETA immers de Europese handel met die handelspartner. Ter illustratie en vergelijking: vier jaar nadat de Europese handelsovereenkomst met Zuid-Korea operationeel werd, bleek de export naar dat land razendsnel gestegen: goederen met 55 procent, diensten met meer dan 40 procent.

Maar vooral: CETA stimuleert niet alleen de bestaande handel, maar opent ook nieuwe mogelijkheden voor nieuwe leveranciers, waaronder een pak Vlaamse kmo’s. Zo opent CETA markten waartoe onze bedrijven vandaag geen toegang hebben, met name in de openbare sector. Denk aan onze baggeraars, die dankzij CETA ook zouden kunnen meedingen naar Canadese overheidsopdrachten.

Dat je Canada als handelspartner qua omvang niet kunt vergelijken met een land als de VS staat vast. Maar vindt de sp.a handel drijven met Canada daarom te min? Je zal maar een Vlaams bedrijf zijn dat nieuwe afzetmarkten zoekt.