24 augustus 2010Politicoloog Bart Maddens vindt het behoud van het institutionele status quo in Brussel op zich al een niet onbelangrijke Vlaamse toegeving en legt uit dat een substantiële versterking van het Brussels Gewest meer dan één brug te ver zou zijn. Hij vraagt de Vlaamse onderhandelaars zich niet te veel te laten opjagen door ‘de pleitbezorgers van het Belgisch staatsmanschap’.
“De kwestie Brussel is symptomatisch voor een meer fundamenteel probleem: de Franstalige onderhandelaars hebben kennelijk een panische angst om de bij eerdere staatshervormingen gebaande paden te verlaten. Ze willen krampachtig vasthouden aan de bestaande institutionele sjablonen, hoe inefficiënt die ook blijken te zijn. De financieringswet wordt tot een taboe verheven, en aan het intussen al veertig jaar oude basismodel van drie gemeenschappen en drie gewesten durft men al helemaal niet te raken. En zo maken de Franstaligen van de staatshervorming een haast onmogelijke kwadratuur van de cirkel: je kunt binnen de bestaande structuren moeilijk meer (fiscale) autonomie geven aan de deelstaten zonder tegelijkertijd Brussel te versterken. Hoe meer er wordt overgeheveld naar de drie gewesten, hoe verder we ons verwijderen van het door Vlaanderen gewenste co-beheer van Brussel, en hoe meer Brussel dreigt te verworden tot een vreemde mogendheid op Vlaams grondgebied.
Nochtans zou een meer asymmetrische benadering, met een meer ondergeschikt statuut voor Brussel, de zaken heel wat vergemakkelijken. Dat zou betekenen dat men bepaalde (fiscale) bevoegdheden overdraagt aan het Vlaams en het Waals Gewest, maar federaal houdt voor wat Brussel betreft. Inzake Brussel zou men kunnen kiezen voor een doorgedreven hiërarchisch federalisme, waarbij de federale overheid (dus Vlamingen en Franstaligen samen, inbegrepen de Brusselaars onder hen) bevoegd is voor de basisreglementering en het Brussels Gewest voor de invulling daarvan. Als de Vlaamse partijen op die manier rechtstreeks kunnen meebeslissen over het beleid in de hoofdstad, dan zullen ze allicht ook minder huiverachtig staan tegenover een verdere overfinanciering ervan, of tegenover een nauwere economische samenwerking tussen Brussel en de rand.
Maar aan dit soort van 'revolutionaire' hervormingen zijn we duidelijk nog lang niet toe. Vorige week verklaarden de Franstaligen unisono dat ze onmogelijk verder konden gaan in de toegevingen zonder het bestaande federale samenlevingsmodel te wijzigen. Terwijl het net dat is wat de Vlamingen willen. Er is dus nog een lange weg te gaan. Ongetwijfeld zullen er nog een aantal dramatische crisismomenten nodig zijn, misschien zelfs een gedurfd initiatief van het Vlaams Parlement, vooraleer het zover komt. In afwachting zouden de Vlaamse onderhandelaars zich best niet te veel laten opjagen door al dan niet gekroonde pleitbezorgers van Belgisch staatsmanschap.”
Bart Maddens in De Morgen
