22 februari 2012Premier Elio Di Rupo (PS) wil na de krokusvakantie een grote benoemingsronde organiseren. Hij vroeg de regerinsgpartijen daarom op te lijsten welke topjobs ze in 46 overheidsbedrijven en -diensten hebben.
Na jaren waarin ten minste werd gepoogd via onafhankelijke procedures de kandidaat met de beste kwaliteiten te kiezen, leest de lijst als een nulmeting voor een nieuwe start van de oude politieke cultuur: een kadaster van politieke benoemingen. En nu zit ook alles op die lijst vast. Een mens begint zich op den duur af te vragen waarom de federale overheid destijds Selor heeft opgericht? Waarom ze eigenlijk voor Dexia Bank België een onafhankelijk bureau als Egon Zehnder heeft ingehuurd? Omdat er geld over was?
Het benoemingscircus is des te pijnlijker omdat de overheid in alle aspecten de verkeerde boodschap uitademt. Het maakt aan iedereen duidelijk dat het niet genoeg is de beste te zijn om de job te krijgen. Je moet ook de goede connecties hebben. Het maakt duidelijk dat als de regels je dwars zitten, je die regels maar moet veranderen. Ze maakt duidelijk dat als een duurbetaald advies je niet aanstaat, je gewoon een andere adviseur kan nemen. Hoe kan je dan van burgers vragen dat ze respect hebben voor die overheid? Dat ze wél de regels volgen? Dat ze niet mogen proberen via een lange arm de wetten te omzeilen? Dat ze niet moeten lobbyen om regels à la tête du client aan te passen? Bovendien mag iedere burger verwachten dat, als de helft van onze economie dan toch gerund wordt door de overheid, ze ten minste beheerd wordt door de beste managers voor de job. Het circus dat we bezig zien, maakt het moeilijk dat te geloven.
Bart Haeck, De Tijd
